is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloeken overzonden; en na de knarsende nederdaling der brug reden ze straf aangelijfd en met den blik overheerschend tusschen de dienstluiden, ' die naar de koppen der paarden sprongen en ze bij de teugels weg leidden.

Telkens kwamen edelen in uiterste praal, gevolgd door dienstluiden-te-paard, het plein binnenrijden en het volk uit elkander scheldend, vertoonden ze hun aanzienlijkheid, hun mantels van diasper, veelkleurige en zachtmoedig witte, waarop gouden figuren stonden; en onder den deftigen mantelafhang, die over de paardebillen rimpelde, kwamen de bliauten bloot en de lijfrokken van somber-deftig samijt of van triblaat, een driemaal in purper gedrenkte stof of van oneindig schoon gewasschen blauw fluweel, waaraan de gouden siersels sterrelden en de smaragden en saphyren van uit het duister van een mantelvoorhang met wulpsche grillen van licht tot licht versprongen.

De beenen in trotsche viering tegen de stegerepen, trokken ze de teugels der paarden in, wier nek langs het staalblauwige of roomgele manengewuif zich bogend verloor in den kop, waar de hoofdstoel, met klokjes omspoeld, veelvervig uitzwierde.

Bij groepen stegen de heereri de burgtrap op: Herbert van Putten, Heimrick van Ermelo, Brandt van Epe, Folkert de Kellenaar, Reinaldus van Elspete, Sijmoen van Heil, Henrick van Elburg, Diederick van Garderen en anderen; en gewoon als