Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naast de zilverblinkige Janne zat Warhold in zijn zwarte gouddooraderde albe en den nek in den schouderdoek, waartegen wanstaltige dierenfiguren kropen, sprak hij, gedachtig aan de twistvoorvallen, in korte bedachtzame zinnen tot haar en tot Heimrick en dan zag hij voorover langs de tafel, waar de heeren slordig aangezeten, elkaar aandreven tot drinken, en de gesprekken opzweepten tot een teugelloozen gang, hortend van vloekgeschreeuw en uittarting tot scheldwoorden.

Maar als er een in vertrouwelijke berusting van een tooverij verhaalde, van een weerwolfontmoeting of geheimzinnige daadzaak, dan weekten de vingers van de bekers, bleven de woorden weg en een eb van stilzwijgen effende zich van den spreker uit.

Zoo verhaalde Sijmoen van Heil, dat hij van lijfeigenen gehoord had, hoe een kalf eiken avond 't vaderonzer uit een kerkboek las, waarna hij zich aan den dorpel neergelegd, na een sidderende stilte een bedenkelijke beweging in de richting van 't kalf gezien had, alsof het met zijn kop telkens voorover bukte, al bulkend; en tegelijkertijd had hij een schaduwbeweging van achteren over zijn lijf gevoeld. Opgevlogen had hij met een bijl den kop van 't duivelsche beest geraakt; en den volgenden morgen vonden ze een meid met verbrijzeld hoofd op haar stroo liggen

De mannen bezagen elkaar met ingehouden blikken, ze loerden naar de hoeken der zaal en keken achter zich om met schouders-omhoog, be-

Sluiten