Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldaanspraken; en de meesterschap over zich zeiven verliezend, rukte hij den zetel van zijn lijf, smeet zijn beker over den vloer, en onder het rumoer der gasten, die zijn woorden begunstigden en van anderen, die tusschen hem en zijn toorn inkomend, goedmoedig aan zijn schouders helden, reet hij zich los, schreeuwend, dat zijn zoon Aernoud na elk gunstbetoon aan Kostijns dochter, als een lijfeigene heenging, en dat hij thans door een alomzichtbare beleediging niet alleen voor hem, maar voor allen in de zaal, zijn paard wel zadelen moest met een vloek als een groet voor dit huis en een allerlaatsten blik naar haar, die voor zijn heerschap en heerlijkheid als voor een potsenmakerij krankzinnig lachte.

Aernoud stond eveneens op, bedremmeld naar Janne kijkend.

Maar Kostijn riep meesmuilend, dat ze Herbert grijpen zouden; en onder bevingen der lange tafel, waar bekers kanteldansten en ommevielen, omsingelden ze zijn mager-statig lijf, waaronder de beenen scheeve lijnen trokken en geleidden hem naar den wand, waar ze hem neerlegden op den grond.

En nadat Warhold, zijn beker onaangeroerd, de zaal verlaten had en de andere gasten tevreden onder elkander waren, ging Janne de rijen af en schonk, terwijl haar gelaat als een vrucht, bezwaard van rijpte, naar omlaag hing tusschen de vallende haren en haar boezem zich bewoog als de vleugeltrekking eener stervende duif.

Sluiten