Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonde, bewoog hij zich beslist door de zaal en onbevangen ontmoette hij Jannes blikken, ging haar koelheid deftig voorbij en ontzag zich niet haar vertrouwelijk toe te roepen, zooals het een beproefden gast betaamt.

De dunne lippen gesloten, wendde Zacharias telkens zijn armoedig gelaat naar Janne en Warhold, zoekend naar een doel in elk hunner woorden, naar een afspraak in hun gebaren en in benepen zorgen trachtte hij Janne aan zijn lezenaar te lokken en haar aandacht aan zijn lijziggemaakte stem te binden.

Zich reddend in haar ongeval, lenigde ze zich aan zijn stroeve leering, en blijde weer uit de zaal te zijn, bewaarde ze haar smart, haar driftige tochten en haar ziekelijke eigenliefde in de kemenade, waar zij niet slapen kon en niet waken, omdat de stilte haar lijden ontblootte, en omdat aan de grenzen van het lamplicht en het duister verbeeldingen van Warhold ontstonden.

's Morgens slofte ze, slap van geest, haar dagwerk na; maar aan de middaguren rookte smart weer in haar op, roetstuivend in haar hoofd, bewalmend haar blikken en haar slapen belegerend met hardnekkig geklop.

Ze jachtte zich op tot wilde gezegden, tot luid gelach, dat als scherven om haar rinkelde. Ze dreef zichzelve voort tot een bezoek aan eiken zaalbewoner, hem belagend met jokwoorden en met weerlichten harer koortsige oogen en een aan-

Sluiten