is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hechte gouddraadlijnen opgebrachte lijvenbouwsels zich zelve voortbewegend tot een handvaste handeling of in doeltreffende gebaren het leven hunner ziel verhalend.

In open schrijnen en over banken en zetels waren gewaden, lenig zachte en donzig dikke, zoodat bij eiken aanstoot de stof als water doorvlood of diervellig verschoot, donkerblauw- en groen-fluweelen, die in hun voorname stijfheid ametysten en turkooizen in gouddraadteekening, als glanzend ooft in loovers droegen, goudbruin-baldakijnen, waar de brandgloed evenals de zee in avondlicht rijsde en daalde, pauwijnen, die in een zegeviering de kleuren van den pauw uitpraalden.

En de daarop gestikte gouden zoomen en beelden, bloemen en afzichtelijke dierengestalten in hun voortgang van gouddraadflitsen en hoogsels van brokaatgoud gaven weerlichten over de tapijten langs de wanden, waartegen het blond der lokkendraagsters verbleekte.

Maar aan donkere meisjeskoppen wierde het haar in hartstochtelijke kroezen en kringen en sikkels om de ooren en viel over de schouders in lange geulen, die glommen als een zwarte boschweg na regen.

Warhold voelde zijn bewustzijn aan de waarde der aardsche dingen te midden van dezen geestrijken glans en zachten pronk verliezen. Hij dacht zich in eene uitheemsche omgeving, alsof hij weggetooverd was in een burg, waar alles zich van