Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewaad en ruik het aan uw adem en ontdek het aan de zwarte nagels uwer vingers.

Om dit te zeggen, ben ik hier gekomen. De kerkheeren van den omtrek zijn naar Utrecht tot een aanklacht bij den bisschop gegaan en deze maant u aan tot een beter leven, tot boete en berouw."

Zijn voorhoofd was als een schild naar boven gekeerd. Zijn lippen, smartelijk open, sloten zich en de handen vóór zich uit, als naar een steuning zoekend, knielde hij neer en bad: „Heer der heirscharen, met snelademigen ijver roep ik U aan, spaar dit arme volk. Het wandelt in duister en weet niet wat het doet. De afschuwelijke wouden hebben het licht nog niet doorgelaten. Heilige Maria, zoete Koninginne, kom, spoed U, smeek bij den Heer, dat Hij zijn hand vertrage, want ik ben onder hen; en mijn woorden zijn niet voldoende toegerust, om deze binten en scharnieren der zonde te breken, om deze zondaars te doen keeren naar het eeuwige licht.

Maar het zijn dwaze kinderen, die in hun dwaasheid moorden begaan en daarbij de waarde hunner daden niet bedenken. Ik bid U, wend de gruwelen Uwer rechtvaardigheid van deze landen af en raak ons allen met het licht Uwer genade, Amen."

In een angstbeving hield hij de handen tegen elkaar, de blikken en de opgang der vingers smeekende naar omhoog, en dan deed hij zijn boven-

Warhold. I. — 10

Sluiten