is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toespraak verwonderd staan evenals een vreemdeling, die van zijn genooten afgedwaald, elkeen wantrouwt.

De drie burgbewoners zaten 's avonds van elkander verwijderd in de zaal de moeilijk begaanbare paden hunner gedachten te overzien, waarbij hun lijven in de schemering als looze gewaden tegen de hooge zetelleuning lagen; en als iemand een woord uitsprak, dan ging dit onderweg te loor in de zaleruimte en de stilte zette zich rondom in en deed hen luisteren, als wind, door de gangen opgeslurpt, de deurtapijten beroerde en de beelden, die daarop waren bewegingen gaf van voortgang of dreigement of van vreemde teekenen, waarover niemand een uitkomst raadde. Het deed hen vreezen, als deurslagen en het ophalen der brug gelijk onderaardsche stooten door het burggesteente kloofden of bij een stormtijd de sterren aan de vensters het begaven en een harde wind opkwam, om den burg inhalig in zijn armen te sluiten.

De dag, zich tusschen den morgen en den avond als een wijde zee uitspannend, waarop geen nieuws van schepen-in-zicht voorkomen, deed de menschen in 't onzekere stappen en in ongereedheid denken, aan elkanders blikken hun noodgedachten meten en van elkanders gelaat de teekenen van wat gebeuren zou, aflezen.

En op een bewolkten morgen, toen de hoorn van den torenwachter blies, zagen de menschen