Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehangen en over het altaar en het heilige vaatwerk zwarte wijlen gespreid en doornen en asch erover gestrooid ten teeken, dat de heilige handelingen verbannen waren.

En als oude lieden stapten de menschen voet voor voet, den rug gekromd, uit de duistere kapel en verblind door het daglicht ging een ieder naar zijn woning, naar zijn slaapkamer of hut, waar weldra hun kreten door de stilte scheurden, zich sleurende tusschen de wanden, zich wild gebarend uit de vensters met lang aangehouden gehuil; en allengs vertoonden mannen en vrouwen zich aan de werkhuizen en hutten en in hun haren grijpend, trokken zij ze uit en reten hun gewaden aan lompen, rolden zich in den modder en hapten van de aarde en besmeerden er zich gelaat en handen mee. Zich tegenover elkander opstellend, verwilderden zij in uitgelaten bewegingen, zich metende de een aan den ander, elkander trachtende te overgillen, waardoor de smart, zich zelve verwoestend, als een helsch gehuil zich op wreedaardige dansen vertoond werd.

Warhold liep te midden van dit leven als een wild dier, dat zich onder menschen verloopen heeft, versuft en dan met glanzescheuten, spiedende om zich heen, de schouders ingekort, om niet op te vallen, en dan zag hij even naar omhoog, of de hemel gebleven was zooals voorheen.

De woorden in de kapel hadden zijn gedachtenleven ontvolkt; hij besefte zich alleen gevangen

Sluiten