Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tinnen van mijn hoogmoed afgeworpen, en nu zult gij zoo ondankbaar zijn, om weg te gaan en mij over te laten aan een hoorigheid van ellenden!"

Onstuimig wierp zij zich aan zijn borst, over haar lijf een geleiding van schokken, die haar hoofd tegen hem aan deden knikken.

Maar hij leidde haar naar de rustbank, waar zij zich wederom liet neervallen, 't gelaat in het kussen, met de handen als schermen langs haar wangen, en haar gejammer wemelde weder te voorschijn.

Verslagen tot haar staande, verloor Warhold zijn evenwicht, onmachtig, om iets te kunnen zeggen; en zachtjes ging hij heen.

Maar buiten de kemenade overliep hem een koude rilling. Hij was thans een omzichtige vreemdeling geworden, hij, die in Jannes nabijheid een vergezicht van vrede en onder haar onmiddellijken invloed een onstuimige kracht had meenen te vinden, om zijn leven aan te wenden tot een dadenreeks, waardoor de grond om hem heen ontginbaar werd en de bloemen opranken en de menschen welgelukzalig worden zouden, de handen in een argelooze liefkozing over het hunne en niet op streek, om het kwade aan te brengen of te weren.

Hij had gedacht een koningszetel te bestijgen, en was plotseling als een uitgeworpen bedelaar gestruikeld en al zijn lieven en de beloften ervan waren thans in zijn herinnering als een zielsverwarring, waar de minne toebereid werd tot een

Sluiten