is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streeling der zinnelijkheid en viering van hartstochten.

't Gelaat in zijn mantel verborgen, verstikte hij zijn adem in een angst, om de wereld weer te moeten ingaan en zich in woorden en daden aan anderen kenbaar te maken, die hem weleer als een sierlijken held, sterk stappend en hardaan strijdend gezien hadden.

Dralend liep hij door de gang naar omlaag, omkijkend naar den hollen klank zijner stappen en vergeefs luisterend, of een gerucht hem afleiden zou van de smart en de schaamte, die aan weerszijden zijner ziele waren.

En toen hij omlaag kwam, zag hij vóór de poort een menigte armen, brabanders en melaatschen bedelen om voedsel, dat Kostijn gewoon was buiten de gracht te geven.

Laag bij den grond liepen zij, de handen aan een stok of kruipende op handen en voeten, behangen met lompen, die van hun lijf afhingen; en uit de vuile omdoeking hun mossige kop met schubbig gelaatsvel, kwamen ze al ronken en lijmerig smeeken om een bete.

Blijde, zijn smart voor een oogenblik te kunnen uitbesteden, liep Warhold tusschen hen door, en met de eene hand zijn gordeltasch aandoende, wierp hij met de andere geldstukken rond.

Maar dra kwam een zwarte heer uit Utrecht Warhold toeroepen: „Heer schout, verbloem uw leven niet met deze weldaden, maar gordt u aan