Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hij over de heide waagde. Zich aanzettend tot een loop, wist hij niet, waarheen zich te begeven in den schemer, die zich met den nacht verdroeg. En zijn stappen faalden, in zijn stommelgang schokte hij voorover, tastend met de handen naar steun. Angstig zochten zijn blikken naar de donkere boording van een woud of naar de wording eener woning.

Maar de aarde was reeds in het duister geslonken.

Toen kwam een ontzetting over "Warhold.'t "Was hem, alsof de wind hem in een vlaag opveegde en erge teekens door het duister schichtten. Wildvreemde geluiden floten aan zijn ooren, koude beroeringen schoven langs hem. Bij eiken stap zag hij duivelsche beesten zich in een ren afstuiten en langs hem torenhooge gedaanten verrijzen, afzichtelijke gedrochten met verdraaide armen en kronkellijven, booze duivels, wier oog en hij hoog aan den hemel vuren zag.

De handen voor zich uit, liep hij in hooge sprongen, uitwijkend en dan zich stoutmoedig in het donkere begevend, springend tegen de grondverhooging van een woud, van waaruit vele grijparmen hardnekkig naar hem dreigden.

Onder een schreeuwing ontweek hij het gevaar en doorrennend stond hij voor een hut, die hij ijlings aandeed.

Als door den wind naar binnen getocht, kwam hij daar met een verweerd gelaat, waaruit de blikken angstig zochten.

Sluiten