Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleekgoren grijns van zijn gelaat, deed hij het lijf in een enkelen spierschok op en dan zijwaarts gaan met een slag zijner vuist op Machtelds gelaat.

Een oogwenk zat zij met verblinde oogen en dan, terwijl het bloed uit haar neusgaten lekte, deed ze kreunend haar gelaat in de handen, waar het bloed tusschen de vingers kleefde, en haastig opstaande, liep zij, het gelaat in de handenschelp, de zaal uit.

Warhold staarde het onbewegelijk aan, onderwijl een vonk door zijn lichaam schoot en in zijn hoofd een mistige hitte zwol. In zijn duizeling zag hij de wapens aan den wand zwaaien over de tropheeën, die blauw door geel en goud door rood over elkander als de gewaden van vluchtenden waarden. En in een drift naar een mes op de tafel grijpend, riep hij met dronkemansgeluid, het wapen zwaaiend: „Godvergeten lijfeigene vrouwenonteerder." En in een sprong stond hij van zijn zetel op, het mes naar Hagard gemikt, die rechtop, hittige blikken in het straffe gelaat, een bevelend gebaar uitstiet.

Warhold voelde zich van veel handen gegrepen en voor hij zich van den toestand bewust werd, uit de zaal en uit den burg gesleurd en door de hamei naar buiten geworpen.

IJlings rees hij daar, en in een razernij van woorden bracht hij zich zelve op, den burg en heel de plaats bedreigend met zijn haat en vloeken, die in een werveling uit zijn binnenste braken. En

Sluiten