is toegevoegd aan uw favorieten.

Aug. Vermeylen's verzamelde opstellen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, Gezelle: gij leeft in heel het volk. Indien hier iemand weet wat gij voor onze toekomst bedyidt, — gij die veertig jaar vóór ons aangevangen hebt, — dan zijn het niet eenige ouden, voor de kunst sinds lang afgeleefd, maar de nieuw-opkomenden. En wij zijn hier heel een sterke jeugd die u bewondert, en veel hooger stelt dan al wat thans aan 't dichten is.

Nu we zoo ongeveer weten wat de keurraad onder «vorm" verstaat, is 't misschien overbodig, na te zoeken wat voor hem de innerlijke vereischten van het kunstwerk zijn. Zeer ingewikkeld is zijn esthetica niet: het kunstwerk moet: i° de middelmaat houden tusschen «realisme" en «idealisme", en 2° «nationaal" zijn.

De bekroonde roman — Een dure Eed, van Virginie Loveling — won het van zijne mededingers, toen het eindelijk aankwam op besluiten, «omdat wij vast overtuigd zijn, dat het nationale, om vele gewichtige redenen, en meer dan ooit, moet deel uitmaken van het innig wezen onzer letterkunde". En elders: «Wat de jury in Hiel bijzonder schat en wil doen uitschijnen, is het nationale, het vaderlandsche, het door en door Vlaamsche; het zijn de edele gevoelens, het opwekkende, het verbeterende, dat, als de ziel, huist in zijne laatste schriften". Deze plaats is kenmerkend: het nationale wordt vereenzelvigd met wat de keurraad zedelijkheid noemt; hij bezit eenige vaste denkbeelden omtrent de «edele gevoelens" van ons volk, en past dat kriterium,