is toegevoegd aan uw favorieten.

Aug. Vermeylen's verzamelde opstellen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijn. Maar het groote leven roept hem, daar buiten, in de oneindigheid der stormende zee, en, achter zich de te enge liefde van Helga latend, vlucht hij naar de eeuwige beminde, wier stem door het geheele werk bruist en zingt:

Gij roept, o zee,

Mijn bruid, ik kom! O stormig hart der zee, Uw liefde waait mij schier den adem uit!

Ik kom, ik kom, mijn lief!

Op die machtige wording van een mannelijk gemoed, die 't geheele stuk vervult, werken andere gemoederen: het wijze koninklijke hart, door sterke goedheid geheiligd, van den ouden Froth, wiens mildheid nog na zijn dood over het tooneel blijft zweven; het frissche onbewuste, de kinderlijke vrouwelijkheid van Helga ; Hilde is een wezen met Starkadd verwant, maar eene vrouw, op het tweede plan verschoven, en wier edele en stille inborst, geheel in halve tinten, — met dien zwijgenden vrouwenmoed der verzegelde liefderijke zielen, — afsteekt bij de lafheid van Ingel en den kouden wil van Saemund. Kon ik die karakters — bij elke nieuwe lezing zult gij ze echter en fijner uitgewerkt vinden, — maar vervolgen in al hun schakeeringen, die als de

onvatbare rythmen zijn van't ontzaglijke zieledrama

Maar er is nog meer om Starkadd: de lucht, de zee, het volk, — alles door de handeling gegeven, in de handeling vergroeid, — den gezichteinder verbreedend, meer ruimte verleenend aan alle daden en woorden.