Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan noodzakelijk eene verdieping en uitbreiding van den zin voor objektieve betrachting samengaat.

In de Middeleeuwen maakte de mensch deel uit van eene algemeene organisatie; hij was ondergeschikt aan een hooger orde, en was vrij in gegeven omtrek: wilde hij er uittreden, hij stond vereenzaamd, onmachtig. Hij erkende zich als ras, als volk, als partij, niet als persoonlijkheid. Maar nu wast hij los uit de middeleeuwsche gemeenschap, terwijl hoe langs zoo meer zijn geloof zaak van eigen geweten wordt, en de opvattingen van zijnen godsdienst door eigen gedachte en gevoel geregeld worden. De individueele geest poogt het middelpunt te worden, waar alle betrekkihgen kruisen, de maat der waarden; een steun, bij velen, van den vèr-trachtenden wil, machtig voor 't kwaad als voor 't goed, of de bron van innerlijk evenwicht.

Wat daar ontstaat is 't moderne bewustzijn, al kan 't zich nog niet uitdrukken zooals thans. De mensch vormt zich een denkbeeld van wat hij is, en wat het leven om hem zou zijn: hij toetst de werkelijkheid aan zijn idealen. Op het algemeene, onpersoonlijke, onberekenbare leven, dat tóch altijd zijnen gang gaat, zal nu een persoonlijk, zuiver-verstandelijk element werken: oorsprong van het tragische der nieuwere tijden. Politiek wordt objektief behandeld, de zin voor wetenschap en kritiek ontwikkelt zich, en de oogen gaan open voor al het mooie der natuur, ruime woning der menschen, der eeuwige natuur, die rondom twijfel en maatschappelijken strijd altijd even stil en rustig

Sluiten