Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ODE.

Gelijk een maagd van 't donzen dek Half sluimrig zich ontslaat,

Schudt de aarde damp en neevlen af En groet den dageraad.

De zee is 't kleed van vlottend blauw Dat om haar leden hangt,

En golft zijn zilv'ren boordsels op, Daar 't ieder windje vangt.

Een gouden gordel om haar leest Gelijkt het bochtig strand;

De sneeuwberg draagt heur diadeem Van flonk'rig diamant.

Sluiten