is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nauw zag 'k hoe hen de wind tot ons deed keeren, Of 'k riep: 6 gij, te rust'loos omgedreven!

Komt, spreekt tot ons, zoo and'ren u niet weren.

Als duiven op gespannen wieken zweven Wen door de lucht zij van heur wil gedragen Waar liefde roept, naar 't zachte nest zich geven, Dus kwamen zij tot ons door 't ruim vol plagen, Verlatende de schaar waar Dido treurde;

Zóó veel vermocht de kreet dien 't hart dorst wagen.

"Gij die door 't luchtruimzwart een doortocht speurde, Zachtmoedig mensch! en hier uw schreden wendde Om ons te zien, wier bloed eens de aarde kleurde:

Zoo 't hart den Koning des Heelals slechts kende Voor vriend, wij baden Hem om uwen vrede,

Daar gij dus meelij toont met onze ellende.

Zoo 't u behaagt, wij zullen op uw bede Zelf spreken, of naar uwe woorden hooren,

Sleurt ons, als thans gestild, de wind niet mede.

"Aan 't zeestrand ligt de streek waar 'k werd geboren, Daar men den Pó zich nederwaarts ziet keeren Ter rustplaats, hem en zijn gevolg beschoren.

Minne, aan elk edel hart zoo ras te leeren,

x) Paolo Malatesta.