is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Geen feller smart," dus sprak ze, "is ooit te duchten, Uw meester weet zulks, dan in 't leed te denken Aan tijden van geluk, die lang ontvluchtten.

Maar doende als hij die weent en spreekt, zal 'k schenken Vervulling aan uw beê, den kiem te weten Van eene min, die 't hart zóó diep zou krenken.

"Op zeekren dag, van iedereen vergeten,

Verpoosden we ons, door met elkaar te lezen Van Lancelot, hoe minne met heur keten Hem bond; alleen, gansch zonder erg te vreezen.

Vaak zagen we onderwijl elkaar in de oogen, En telkenmaal verschoot van kleur ons wezen.

Maar bij één plaats is onze kracht vervlogen:

Bij 't lezen, hoe begeerd heur glimlach zwichtte,

Den kus van zulk een minnaar moest gedoogen,

Heeft deez' wiens bijzijn steeds mijn wee verlichte,

Mijn mond gekust, gansch bevende als in vreezen ... Verleider was het boek, en hij die 't dichtte!

Wij hebben op dien dag niet voortgelezen."

Daar de eene geest dit zei, verhief de tweede Zulk een geween, dat, als ten dood verwezen,

'kBezweem; dus leed mijn ziel hun lijden mede. En 'k viel, als een dood lichaam neêrvalt, neder.