is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat gij in kleuren noch geuren u vangen, Door zooveel lokkends van verre bekoord ;

Prikkelt al verder u 't hittig verlangen,

Jagen al sterker begeerten u voort:

Zij niet te verre de luwte gevloden,

Die aan uw sluimer heur veiligheid bood!

Hoe ook de pralende steden u nooden,

In hare tooisels belaagt u de dood.

Vonk'lende lichten, verstrooid in het duister, Blinken en glansen en schitt'ren u aan:

Waagt gij te roekloos u ééns in hun luister, 't Is met uw schoonheid en leven gedaan!

Maar dat ik zwijge! De toomlooze lusten Folt'ren sinds lange den boezem ook mij:

'k Haak naar iets anders dan glorieloos rusten, 'k Haak naar iets hoogers, ó Vlinder! als gij.

Ach, niet genoeg dat in onrust mijn leven U in uw fladd'rende vlucht evenaart:

Licht dat daarbij nog mijn zuchten en streven Even zoo smart'lijk een eind mij bewaart.