Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WINTERNEVELING.

De onzeekre voet glipt uit in 't voorwaartstreden Op 't slibbergladde en doorgeweekte mos;

Het natte stamhout glimt; een logge nevel Kruipt domm'lig om in 't sieplend dennenbosch.

De bijlslag zweeg; geen vogel roert de takken; Niets stoort het flauw getik van 't dropp'lend hout; Een slaaprig windje zucht soms in de naalden, En jaagt een rilling door 't ontlooverd woud.

En huivrend ijl ik voort — waarheen zou 'k ijlen! De vrije vogel vloog waar zonneschijn En lente lokt en vreugd — maar ik, gevangen, Moet verr' van u, mijn zonne en vreugde! zijn.

Sluiten