is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook gij, mijn zoon? sprak in Zijn heilig lijden

Eenmaal die and're held,

Toen Zijne recht'ren Hem ten offer wijdden

Van Pharizeeuwsch geweld.

Als dolken schitterden die gloeiende oogen,

Daar ze in den Raad zijn schuld en onschuld wogen. Één klacht ontglipt Hem bij dien haat, dien hoon: Ook gij, mijn zoon?

Ook gij, mijn zoon? Mijn Petrus! Ach, wat baten

Uw eeden van weleer?

Wat baat het thans: '"k Zal nimmer u verlaten!"

Gij zijt het, die uw Heer,

Van vreeze stout, in 't aanzicht af durft zweren, Hoe, scherp als vlijm, 't "Ik ken Hem niet!" moog'deren. Is dit uw trouw, dit mijner liefde loon?

Ook gij, mijn zoon?

Ook gij, mijn zoon? Hij spreekt, maar zonder woorden;

Zijn blik, weemoedig teêr,

Grijpt vast in 't hart en bindt als sterke koorden, Brengt de' afgedwaalde weêr.