is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedachteloos, te kwader uur verdwaald.

Doch neen, onvrouwlijk, ach, der jonkheid vreemd

Is reeds de trek om haren mond, en morgen ...

De morgen zorg' voor zich! Aan morgen denkt Van de' opgepakten hoop niet één, waar 't spel Des harlekijns, op 't zwiepende balkon Der vervelooze tent, hun aandacht spant.

6 Attisch zout, ó vonken van vernuft,

ó Schalke jokkernij! De kinkel bloost,

Van ploeg en eg ter hofstad meêgetroond;

Maar niet de vrouw, wier krassend stemgeluid En onbeschaamde boert, in wisselbeurt Met den paljas, de hoorders schaatren doet.

Voor 't vaderlandsche hart klinkt als muziek Het rauw gelach, dat opgaat uit den drom: Een treur-, een grafmuziek.

Wat luid gerucht Rijst ginder op, bij rinkelbomgebom En schelgeklank ? De blijde schooljeugd viert, Op witbont paard en op oranjen leeuw, Gebeeldhouwd naar de kunst, haar weidsch tornooi. Hoe hart'lijk schalt de juichtoon van den held,