Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat met de pracht der Oosterhoven, Den eêlsten schat, in Edens toebereid,

Den heimelijken trek kon dooven,

Waardoor naar u de ziele werd verleid!

Verwijfdheid, slaapziek onvermogen, Flauwhartige eigenmin en overbaat En twijfelzucht en spottersoogen, Verdeeldheid en krakeel en broederhaat:

Wat in uw schoot verkeerde of keere, Dat bleef en blijft; en wat de gril verschopp',

Den stofgoón eiker eeuw ter eere Stijgt ook in u de vuige wierook op;

En toch — toch wordt aan u vernomen De polsslag onzes volks! Zoo 't hartebloed

Van dezen onzen stam blijft stroomen, Aan ü gevoelt het hart zijn levensgloed.

Dat om uw trotsche praalgebouwen, Een vorstenwoning elk! de springvloed wass

Die ze in een gordel zal benauwen Van basterdsmaak en onbezield tiras;

Sluiten