is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wie in eerzuchts wilden drang Naar glans en grootheid joeg,

Steeds waren, in een lager rang, Wij beide' elkaar genoeg.

Wat wreven we ons ook de oogen Gij ongeroepen gast!

Van uw vermetel stemgeluid Al te onverhoeds verrast;

Wat jaagde uw prille Majesteit Door ongekend gerucht,

Mèt onze droomrijke eenzaamheid, Al lieflijks op de vlucht!

Gij kwaamt, gij zijt er, kleine man Verkondt uzelve' in 't rond —

Een kerel die 't u letten kan, — Den derde in ons verbond.

Die zijt ge, jongen! blijf het lang, Wat levensvreugde en rouw

Uw hart van onzen God ontvang' Met ongeschokte trouw!