is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Klinkt boven storm en regen uit En lokt de zwerfster weêr:

Waar toeft ge, doof voor 't grievend leed

Dat zulk een stem verkondt,

Dat onder 't druipend regenkleed Het smachtend hart doorwondt?

Waar toeft ge? 't Loeien van den wind,

De stroomen in 't gelaat Zijn 't eenig antwoord dat zij vindt; Nog roept ze — en draalt — en gaat...

II.

Zoodra het krieken van den dag

Een nieuwen uchtend spelt,

Verrijst de Jonkvrouw — met een lach, Die heur verwachting meldt.

Want Isis zelve, in een gezicht

Vol glans en heerlijkheid,

Heeft haar den druk van 't hart gelicht En zielevreê bereid: