Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caroline (die zich langzamerhand hersteld heeft).

Zoo is het, ja, mijnheer Valburg. (Glimlachend) Worden de gangen van de vreemdelingen in Stellendijk zoo bespied ?

Valburg.

Niet van alle vreemdelingen.

Caroline.

Mijnheer Valburg, ik hoorde u zeggen, dat u bezigheden hadt en ik heb ook niet veel tijd; ik ben van morgen eerst aangekomen en ik heb zelfs mijne gastvrouw nog niet gezien, — dus... (zij gaat naar de zijdeur,)

Valburg.

O, ik voor mij heb volstrekt geen haast, maar ik mag u niet ophouden.— En toch, als ik even zoo vrij mag zijn te vragen: U logeert bij

Caroline.

Bij Mevrouw Lansing, hier in huis.

Valburg.

Dan raak ik er toch meê in de war U heeft uw

gastvrouw nog niet gezien, en u hebt toch van morgen met mevrouw Lansing gewandeld.

Caroline (lachend).

Mijnheer Valburg, uwe geheime politie is in allen gevalle niet in de war. Ja, ik heb met mevrouw Lansing gewandeld — dat mocht ik toch wel, hoop ik. Maar ik wil u uit den droom helpen; dat was de jonge mevrouw Lansing uit Huizendam, en we zijn samen gelogeerd bij de oude mevrouw Lansing, de weduwe van den kolonel.

Valburg.

O zoo! Ja, nu begrijp ik het. Maar, juffrouw van Rustwijk, nu ik zoo gelukkig ben u weer hier te ontmoeten,

Sluiten