Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE TOONEEL.

Valburg, Haspelstok.

Haspelstok.

Ik zeg maar, dat is er nu een, die heeft verstand van de politiek. Wat weet hij je duidelijk te maken, van hoeveel belang de verkiezingen zijn voor de spoorwegen, en dan — de spoorwegen voor de verkiezingen! En dan, die gemoedsbezwaren! Wel, ik heb het nooit geweten, dat ik zooveel gemoedsbezwaren had.

Valburg.

Ja, mijnheer Haspelstok, zoo zijn die lui. Ze stoppen eerst de menschen vol met gemoedsbezwaren, waar ze van hun leven niet aan gedacht hadden, en dan brengen ze ze vooruit en roepen: „Kijk eens, wat die eenvoudige menschen een gemoedsbezwaren hebben!" Dat is zoo het gewone beloop van de zaak.

Haspelstok.

Laat het wezen zooals het wil — zooveel is zeker, dat ik genoeg gehoord heb, om bepaald niet op mijnheer Lansing te stemmen. Nu moet ik weg. — Adieu, mijnheer Valburg, tot van avond. (Af.)

VEERTIENDE TOONEEL.

Valburg (alleen.)

Dat is ten minste één stem, die ik gewonnen heb (lachend) tegen mijn eigen kandidaat. (Af.)

Het scherm valt.

Sluiten