Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE TOONEEL.

Schor, Valburg.

Valburg.

Misschien zijn er nog buiten gebleven. — Maar mijnheer Schor, het doet me plezier, dat ik u nog een oogenblik alleen spreek. Ik zou — als 't niet indiscreet is — u begrijpt, het interesseert me nog al, welke kandidaat gekozen zal worden Heeft u al een bepaalde persoon op het oog? — Is u al vast besloten, aan wien u uwe stem zult geven ? — Zooals ik u zeg — ik wil niet indiscreet zijn, maar

Schor.

O, neen, ik vraag u wel excuus, 't is volstrekt niet

indiscreet Ik begrijp zeer goed, waarom u me dat

vraagt. Ik weet immers, dat mijnheer Lansing uw kandidaat is, en u weet, hoe ik zelf over mijnheer Lansing denk

Valburg.

Dat weet ik, en juist daarom

Schor.

Maar — met uw verlof — u kent mijn principes. Als president van onze vereeniging heb ik andere plichten dan als gewoon lid, en ik heb me dan ook, zoo als u bekend is, de strengste, de meest absolute onpartijdigheid tot plicht gesteld. Daar worden van alle kanten kandidaten voorgedragen: Mijnheer A heeft zijn kandidaat, mijnheer B, mijnheer C, — ze hebben allemaal hun kandidaten: als ik gewoon lid was, zou ik ook mijn kandidaat hebben, maar — als voorzitter, ziet u, als voorzitter, sta ik boven alle partijen — dat is even als een minister; ik zal mij voor geen der opgenoemde kandidaten verklaren. Ik zou u gaarne het genoegen

Sluiten