Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duijs.

Niet? En nog al van belang. Ze zeggen van achtduizend gulden — bij een schilder — mijnheer Hoogland in den Haag.

v. Balen {komt terug.)

Wat ? Bij Hoogland ?

Duijs.

Ja. Kent u hem?

v. Balen.

Nota bene! Ik zou Frits Hoogland niet kennen.

Ik — dat is te zeggen — kennen (ter zijde.) Laat

ik oppassen. {Luid.) Ik ken hem eigenlijk niet, wat men kennen noemt. Men zegt dat zoo van schilders en schrijvers — men kent ze, al is het dan niet persoonlijk, dan toch bij naam.

Duijs.

Ja, ja; maar 't is een heele schep geld! Sommigen zeggen, dat het wel tienduizend is, maar dat is niet waar. Ik heb het uit een goede bron. Ik zal u eens wat zeggen — daar zijn vreemde omstandigheden bij. Ze zeiden gisteren avond, dat ze een spoor van den dief hadden gevonden.

v. Balen.

Ei? En zou het tot iets leiden, denkt u? Daar ben

ik wel wat nieuwsgierig naar, want ik ken mijnheer

Hoogland wel niet, maar, ziet u, zoo iets interesseert toch altijd.

Sluiten