is toegevoegd aan uw favorieten.

Dramatische werken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bergen (tot Duijs.) Hoe heette die mijnheer, zei u, in Zwammerdam ?

Duijs.

v. Buren — U zei immers van Buren?

v. Balen.

Neen, van Bergen. — Zei ik van Buren? Misschien hebt u verkeerd verstaan — of ik heb me vergist; — ik was in gedachten.

Duijs.

Alles is mogelijk, mijnheer van Bergen — van Bergen dus? Hè, ik zal u eens wat zeggen, ik heb een van Bergen gekend in Arnhem: hij woonde dicht bij de groote markt, en hij had het metalen kruis.

v. Balen.

Dat is dan misschien die neef, dien ik straks bedoelde.

Duijs.

Best mogelijk. — Ja, 't was een rare man. Hij was brandmeester, maar ik weet wel, dat hij niet ijselijk gelukkig was in het blusschen. Ze zeiden altijd: van Bergen is de brandmeester, maar 't was beter als hij den brand meester was. Een aardigheid, ziet u. Maaide man was anders niet kwaad, en als hij

v. Balen.

Maar neem mij niet kwalijk, dat ik u in de rede val — ik moet mijn plaatskaartje nog nemen. (Hij gaat het stationsgebouw binnen.)