Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duijs.

Neen, ik ga ook naar Keulen.

v. Balen.

Naar Keulen? U zei dat u naar Arnhem ging.

Duijs.

Ja, maar ik ben van plan veranderd. Ik.... u vindt het misschien raar, maar ik (ter zijde) laat ik hem geen suspicie geven. (Tot Van Balen.) Ik — kijk, ik wil het u wel in vertrouwen zeggen: dat mooie meisje intrigeert me. Ik ben vrijgezel — zie je — je kunt nooit weten.— Begrepen? Hè? Ik reis ook naar Keulen, — en als 't noodig is, nog verder.

(Hij gaat in 't station.)

Janus (aan de deur.)

Passagiers voor Wolfhezen, Oosterbeek, Arnhem, Zevenaar, Emmerik en Keulen.

v. Balen.

Dat is waarachtig al de tweede. Mijnheer Daan en mijnheer Duijs — en nu ben ik nog niet eens onderweg, als dat zoo doorgaat, zal ik ten minste merken, dat ik niet voor niemendal op reis ben gegaan. Maar allons, vooruit dan maar, naar Keulen.

Einde van het eerste Bedrijf.

Sluiten