Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taak hier uit volgt voor de bezitters, de bezitloozen en den staat. Göhre x) kan zich echter met deze methode niet vereenigen. Wel erkent hij als de groote verdienste van Todt, dat deze de Heilige Schrift als grondslag voor allen christelijk-socialen arbeid gelegd heeft. Maar feitelijk heeft zyn doen alleen voorbereidende beteekenis. Hjj heeft den stoot aan anderen gegeven; wat hij zelf practisch leverde, kan Göhre niet voldoen. En dat wel, omdat de opzet niet deugt.

Göhre zou wenschen een schets van de sociale en oeconomische verhoudingen uit de dagen van het Nieuwe Testament en kort daarvoor; met moeite saamtestellen zeker om de vele onzekerheden op dit terrein, maar toch met behulp van de wetenschap te verkrijgen. Vervolgens een onderzoek van alle uitspraken bij den Heer en bij de apostelen, die met deze toestanden samenhangen en daarover een oordeel uitspreken; om zoo te komen tot een verstaan van de sociale en oeconomische beginselen van het Christendom. Eindelijk een poging om uiteen tezetten, hoe die beginselen van toen over onze geheel andere verhoudingen zouden oordeelen en welke gedragslijn zij dus voorschrijven zouden.

Op het eerste gezicht schijnt Göhre gelijk te hebben. Toch verdient o. i. de weg van Todt de voorkeur. Niet natuurlijk om de door Todt gegeven uitvoering; deze kan onbevredigend en onvoldoende zyn, immers bestaan in het nemen van een paar teksten en het leggen van die naast de in elk hoofdstuk verkregen resultaten. Maar de opzet is goed.

l) Paul Göhre, Die Evangelisch-Soziale Bewegung. Leipzig, 1896; S. 20—23.

Sluiten