is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijk sociale studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier is dus weder werk te doen. Echter op ééne voorwaarde. Dat namelyk niet deze leer ingang vinde: een collectieve arbeidsovereenkomst, die natuurlijk ook over het eindigen der overeenkomst handelt, wordt door den patroon niet geschonden, wanneer deze den (korteren) termijn in acht neemt, die in de individueele arbeidscontracten is bepaald.*)

Want zóó werd natuurlijk het contract op een bepaald zeer belangrijk punt geheel illusoir gemaakt. Of deze daad wettelijk recht zou zijn, bljjve rusten; zedelijk recht ware hier in elk geval niet.

Een derde werk van de vakorganisatie zal zijn, de »vrijheid« van den arbeider meer wezenlijk vrijheid te doen wezen. Voor ruim een eeuw heeft men in naam van de vrijheid alle banden en boeien gebroken, die door de gilden om den arbeid werden gelegd. De beroemde en straks beruchte liberale leer kwam op — nu zeker door omtrent niemand meer verdedigd — dat het maatschappelijk samenstel het best zich zou ontplooien, als geen vreemde krachten van buiten of van boven inwerkten. Het «laissez faire, laissez aller* zou de opperste wijsheid wezen. Maar de uitkomst heeft zeer klaar getoond, dat deze vrijheid voor den arbeider beduidt: de vrijheid, om te werken tegen hongerloon

gelijke het verhandelde in de gewisselde stukken en by de openbare behandeling in de Staten-Generaal.

J) Deze zaak is naar aanleiding van hetgeen de voorzitter der Amsterdamsche Patroons-Vereeniging daarover in September 1905 had uitgelaten, besproken in de Nieuwe Rott. Courant van 3 October 1905, Eerste Blad A door Jhr. Mr. O. van Nispen tot Sevknaer. De inzender beroept zich daarin op Soziale Praxis van 20 Juli 1905 (S. 1110) en op John Mitchell, Organized labor, p. 337, om de in den tekst aangeduide opvatting ernstig te bestrijden.