Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als dan ook de Sociaal-Democratie er in slaagt, ook hier haar klassenstrijd-theorie toetepassen, kan dit alleen geschieden doordat het woord »klassenstrijd* een gewijzigde of zeer uitgebreide beteekenis krijgt. Men zal dan in het licht stellen, dat de chefs en directeuren uit de zelfde »klasse« voortkomen als de patroons en dat zij dus door hun instinct of klassebewustzjjn de party kiezen van dezen, denken als zij. Maar het is duidelijk, dat hier van «klasse» gesproken wordt in totaal anderen zin dan wanneer »uitbuiters« en »uitgebuiten« tegenover elkaar worden gesteld, of wanneer de vraag wordt behandeld, aan wien de meerwaarde toekomen moet.

Maar staan wij hier voor andere verhoudingen, dan vergt de kwestie van de vakorganisatie hier ook afzonderlijk onderzoek.

Zyn vakvereenigingen van ambtenaren, militairen, gemeentewerklieden goedtekeuren? Zijn ze normaal te achten ? Moeten ze worden erkend ?

Deze vragen branden. Wat het radicale Ministerie in Frankrijk heeft gedaan, heeft moeten doen tegenover stakende postambtenaren, heeft moeten doen met de troepen in geval van industrieele stakingen toont duidelijk aan, dat wel gemakkelijk een theorie is optezetten, die democratisch wezen zal, maar hoe sterk straks het werkelijke maatschappelijke leven met onze theorieën spot.

Ten onzent heeft Mr. Troelstra getoond, niet blind te zijn voor de moeilijke vragen, die zich hier voordoen *).

Zie zyn rede in de Tweede Kamer op 31 Mei 1907, Handelingen blz. 1902: „Ik geloof niemand onrecht te doen noch de partijen, noch de leden in deze Kamer, wanneer ik zeg, dat nog niemand zich hier in de finesses van die kwestie voldoende heeft ingewerkt, om een

Sluiten