is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijk sociale studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze wet bepaalt in:

art. 186: „De Raad regelt de bezoldigingen van alle plaatselijke

ambtenaren en bedienden, voor zoover de regeling niet aan Gedeputeerde Staten is opgedragen."

art 179 q : B. en W. hebben o. a. tot taak, „het schorsen van alle uit de gemeentekas bezoldigde ambtenaren, welker schorsing niet aan anderen is opgedragen."

De moeilijkheid is deze, dat de gemeentewet dagteekent uit den tijd, toen er geen gemeentebedrijven waren en de vraag zich dus opdoet, of deze artikelen toepasselijk zijn; bovendien of de beambten in een gemeentebedrijf uit de gemeentekas worden bezoldigd.') Zoo ja, dan is de Raad of het College van B. en W. aangewezen voor de regeling der rechtspositie en de handhaving daarvan; zoo neen, dan mag een afzonderlijk lichaam daarmede worden belast.

Afgezien nu van de interpretatie der gemeentewet schijnt ons de instelling van een afzonderlijk verantwoordelijk college van de allergrootste beteekenis.

En dat wel om deze reden.

De werking van staat en gemeente, van staatsbedrijf en gemeentebedrijf kan slechts normaal zijn bij vaste leiding. Maar evenzeer is noodig vertrouwen en samenwerking tusschen de hoogere en lagere beambten. Zonder deze beide kunnen de takken van dienst niet opleveren, noch financieel noch in andere opzichten, wat daarvan billijkerwijs mag worden gevorderd. Maar

*) De zaak is uitvoerig besproken in den gemeenteraad van Zeist naar aanleiding van de regeling der rechtspositie van het Gasfabriekpersoneel. Wü komen op die kwestie terug. Bronnen: Het Gemeentelad van Zeist, 1907 en 1908; benevens eenige dag- of weekbladen, e in den tekst genoemde zaak met aanhaling van juridische autoriteiten in het Gemeenteblad, 1908; No. 2 en 4.