Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het historisch materialisme leert, dat de inhoud der geestelijke dingen bepaald wordt door de stoffelijke, speciaal de oeconomische toestanden. De inhoud heet er door bepaald, zoodat aan het geestelijk leven zelf, aan de wereld van recht en moraal en kunst en godsdienst een zeker zelfstandig bestaan wordt gelaten. Wij hebben hier niet met het platte materialisme te doen, dat het geestelijk leven zelf het resultaat acht van de stof, maar met een stelsel, dat alleen den inhoud van dit leven, den inhoud van recht en moraal en kunst en godsdienst daaruit afleidt.

Het zal echter duidelijk wezen, dat ondanks deze tegemoetkomende houding het christendom een zeer vijandige houding zal moeten aannemen. Want er is met deze nauwkeurige onderscheiding niets wezenlijks gewonnen. Ontledig de geestelijke wereld van een inhoud; gun wel aan die wereld, maar niet aan haar inhoud eenig zelfstandig bestaan — en ge kunt practisch ook wel aan die geestelijke wereld het zelfstandig bestaan ontzeggen.

Dat er «recht» is, baat toch inderdaad niets, indien datgene, wat recht is, voortdurend wisselt en nog wel wisselt ten gevolge van stoffelijke factoren alleen. Van de overige geestelijke goederen geldt hetzelfde.

Het christendom stelt zich hier vierkant tegenover. Niet alleen is er recht en moraal en kunst en godsdienst. Maar wat recht is of onrecht, wat zedelijk is of onzedelijk, wat schoon is of leelijk, wat goed is of kwaad is — dat is evenzeer gegeven door God; ingeschreven in het geweten, verhelderd en hersteld in de Heilige Schrift. God heeft ons geschonken wat waarheid is.

Toch kunnen wij hiermede niet volstaan.

Sluiten