Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doopelingen en »aannemelingen« en catechisanten en dergenen, die kerkelijk trouwen, aldoor daalt.

Allerlei zaken werken daarvoor samen. Maar zeker is, dat de tijd der gemakkelijke overwinningen voor ons al lang voorbij is; dat nieuwe toestanden ook nieuwe gedragingen vragen en dat de kerk hier met dubbelen ernst gewezen wordt op een tweevoudige roeping.

Ten eerste om zich te vertoonen: men wil de predikanten der kerk zién, in de huizen. Meer dan de kerksche gemeente vermoedt, worden de predikanten verdacht van voortdurende, betaalde huichelarij, omdat zij wel met grooten ernst op den preekstoel preêken over het heil in Christus, maar de zaak niet belangrijk genoeg vinden blijkbaar, om diezelfde boodschap te brengen in de huizen der onkerkelijken. En werk eens, als men u verdenkt van huichelarij in het heiligste!

De publieke opinie eischt — en terecht — het herderlijk werk. Het moest niets bijzonders wezen, als ook in de grootste steden persoonlijk geregeld door de predikanten werden bezocht de doopouders, de aannemelingen, de catechisanten, de kerkelijk gehuwden, degenen, die attestatie hebben ingediend en die kerkelijke voorbede vragen. Dat zijn dus de menschen, die zich nog aan de kerk laten gelegen liggen; en dat in onzen tijd! Maar in steê van ze dankbaar te erkennen, negeert men hen. Gezwegen nog van hen, die geen attestatie indienen, hun kinderen niet laten doopen enz. En gezwegen nog van geregeld huisbezoek bij allen.

elke 10.000 verklaard, tot geen kerkgenootschap te willen behooren. Van hoe velen moet hetzelfde gelden, die door sleur of om andere redenen vergeten, datzelfde te verklaren! En laat men er eens op letten, hoezeer dit getal in 1911 zal zyn gestegen!

Sluiten