Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering, v.; — ininer, v. a. aan den gang brengen, doen vorderen; »'—, v. pr. zich op weg begeven, voortgaan, naderen tot.

Acliéron (pr. che). m. Acheron, m. (rivier van de onderwereld); fig. de onderwereld, de dood.

Aclie||ter, v. a. koopen, afkoopen; fig. omkoopen, door moeite en arbeid verkrijgen; — au prix de Ha vie, met levensgevaar verkrijgen; — se» jutte». zijne rechters omkoopen; »'—, te koop zijn; -leur, m. euse, f. kooper: koopster.

Aehevé, ée, a. geëindigd, voltooid, afgemaakt; lig. volkomen, voortrelFelijk, uitmuntend: gek, dol; un tableau —, een voortrelFelijk schilderstuk; imbécile —, aartsdomkop.

Achevement. m. voleinding, voltooiing, v.;

;xcne\er, v. a. (rad. ehel) eindigen, voleinden, afdoen, afmaken; den genadestoot geven; smoordronken maken; — qn. a coup» de poigiiard, iemand met dolksteken afmaken; nou» avoiiH actieve de diner, wij zijn met eten klaar; fig. achever qn., iem. den'doodsteek geven, geheel en al in het verderf storten enz.; s*—> v. pr. naar het einde loopen.

Acliille; teiidon d'Acliille, m. Achillespees, -spier, v.

Acliillêe. f. duizendblad (zekere plant).

Achopjipeiiient,m. aanstoot, m.; ergernis, v.; lig. pierre d'—, steen des aanstoots, m.; —per, v. n. struikelen, een misstap doen; fig. falen, op iets stuiten.

Achroinu|| tique, a.(a priv. et grec chroma, couleur) (pr. kro) kleurloos; —tination, f. opslorping der lichtkleuren; — tinei*, v. a. achromatisch maken; — ti»uie, m. het achromatisch zijn (van glazen).

Aciculaire, a. naaldvormig.

Acijde. m. zuur; — nitrique. salpeterzuur; —de. a. scherp, zuur, wrang; — difére, a. zuurhoudend; — diflable, a. dat zuur gemaakt

"uiucii, «iiii.iiii, «. ïuunnuKena; •diner, zuur maken; »'—difier, zuur worden: —dité. f. scherpheid, zuurheid, v.; —duIe, a. zuurachtig: —duler, v. a. zuurachtig maken.

Aeier, m. (lat. acies. pointe) staal: — en harre», staafstaal; — brut, ruw staal; — t on du. de foute, gegoten staal; — naturel, Duitsch staal; — de hunne treuipe, goed gehard staal: fig. rceur d'—, ongevoelig hart.

Ariéjlrage, m. ou aciéflration, f. verstaling;

■ ».. -in, v.a. versiaien;—rie, I.

staalfabriek, v.

Aciné»ie. f. stilstand van den pols, m.

Aclaate, a. niet straalbrekend.

Acne, f. puist, huidvin: (couperose).

Acolin, m. waterkwakkel, m.

Acoly tat. m. de rang van altaardienaar, acoliet; —te, m. (gr. akolouthos, serviteur) altaardienaar, acoliet; fig. aanhanger: — te», m. pl. aanhang, m.

Acoiiipte, m. betaling op afrekening, v.; dunner un —, op afrekening geven; il a recu cent franc» a conipte. hij heeft 100 fr. op afr. ontvangen.

Aconit (pr. nite), m. aconiet, monnikskap, v. (zekere plant).

Acoquiiiaiit. ante, a. aantrekkend, aanlokkend, verleidelijk.

Acuquiner. v. a. verwennen; lui, losbandig maken; »'—, v. pr. zich aan iets slechts wennen

Acore, acoru», m. kalmus, v. (plant).

Acorie. f. geeuwhonger, m. (geneesk.).

Acoty ledone ou acotylcdone, a. zonder zaadlobben; acotylcdone». acotyledonce». f.

plur. planten zonder zaadlobben.

A-coup (a-coup), m. ruk, m.; hevige beweging, v.

Acoiih tique. f. (gr. akoustikos, relatifau son) gehoorleer, v.; —tique, a. het gehoor betreffende; nert* —, gehoorzenuw, v.; cornet —, hoorbuis, v. (voor hardhoorenden).

Acqua-toffana. f. (ital. acqua, eau: Toffana, nom de femme), vergif, (in de XVlIe eeuw in Italië beroemd).

Acquéreur, m. kooper.

Acquerir. v. a. koopen, aankoopen. winnen, verkrijgen; »'—, v. pr. verwerven, verschatten.

Acquct, m. gekocht of verkregen goed; voordeel: winst, v.: —er, v. a. (door aankoop) vaste goederen verwerven.

Arquie»j!ceuient, m. inwilliging, toestemming, v.; —eer. (a) v. 11. inwilligen, toestaan.

Acqui», i»e. a. verkregen: ce droit lui e»t —, dat recht komt hem onbetwistbaar tof»: ie

vou» »ui» tuut —, ik ben u geheel genegen.

Acqui», m. kennis, ondervinding, v.

Acqui»ition. f. aanwinst, v., koop, m.; verkregen goed.

Acquit, m. quitantie; betaling, kwijting, afdoening eener schuld, v.; eerste stoot op het biljart, m.; puur —, betaald, ontvangen (onder wissels^ enz.); par maiiière d'—, welstaanshalve; juuer a I'—, spelen wie alles betalen zal; pour I'— de ma coiiscience, om mijn geweten gerust te stellen.

Acquit-a-cautioii, m. tolbriefje, geleibriefje, passeerbiljet.

Acquit tahle. te voldoen, betaalbaar; —tement. m. betaling, afdoening, v.; —ter, v. a. betalen, ajdoen: qniteeren: fig. vrijspreken: fig. »'—, d'uii ol'lice, d'un devoir enver» qn., zich van een last, plicht jegens iemand kwijten.

Acre, f. (lat. ager. champ), 011de Fransche akkermaat (van ong. 52 ares), v.; morgen lands.

Acre (acre), a. (lat. acer) scherp, wrang, bijtend.

Acrée, Aczay, (arg.) wantrouwen; acrce donc! wees op je hoede!

Acrete (acrelé), f. scherpheid, wrangheid, v.

Acri moiiie. f. scherpheid, wrangheid, v.; fig. bitterheid, v.; — iiioiiieux, eu»e, a. scherp, wrang.

AcrobaIte, m. (grec akron, sommet; bainó, je marche) koordedanser, m.; — tie, f. het koordedansen; —tique. a. het koordedansen betrelïend.

Acrocepliale, a. et subst. met een hoofd, dat aan de kruin spits toeloopt.

Acrocliordon, (pr. kor) m. wratje aan het ooglid.

Aerocome, a. langharig.

Acroiuioii, m. uiteinde van het schouderblad.

Acronyque, a. tegen de zon over staand.

Acropole, f. (grec akros, élevé; polis, ville), citadel, v., der oude Grieksche steden.

Acro»ticlie, m. (grec akron, extrémité; stichos, vers) naamdicht, naamvers.

Acrotére, m. voetstuk: zuilvoet, m.

Acte, m. (lat. actum, chose faite) daad, v., werk; geschrift; bewijsstuk; acte. v.: bedrijf uit een tooneelstuk; — de folie, dwaze daad, v.; faire — de pié»eiice, zich welstaanshalve ergens vertoonen: — de baptème, doopceel, v.; je prend» — de vu»

Sluiten