Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Adjoindre, v. a. (préf. ad et'lat. jungere, joindre) toevoegen, tot ambtgenoot geven.

Ad joint, a. toegevoegd; professeur —, hulpleeraar; subst. m. wethouder.

Ariionctioii. f. bijvoeging, toevoeging, v.

Adjudant, m. (lat. a dj ü va re, aider) adjudant; onderofficier.

Adjii!|dicataire, m. hoogste bieder (wien een koop gerechtelijk toegewezen wordt); — dicateur, m. toewijzer (notaris, deurwaarder); —dicatif, ive, a. toewijzend; — diration, f. gerechtelijke toewijzing, v.; vente par —, gerechtelijke verkoop, m.; auctie, v.; aanbesteding, inschrijving, v.

Adjiigcr, v. a. (préf. ad et lat. judicare, juger) toekennen, toewijzen; gunnen (van werken).

Adjuüration. f. bezwering, v.: bezweringsformulier; —rer, v. a. (lat. adjurare) bezweren; smeeken.

Adjiivant, a. et subst. m.; 1111 —, niiesuhstance —c, eene bij-artsenij.

Ad libituui,(pr.ome)adv. naar willekeur, naar welgevallen.

Admettie, v. a. (préf. ad et lat. mittere, envoyer) toelaten; aannemen: ontvangen; voor waarheid erkennen; — un livre daim une ecole, een boek op eene school invoeren; — un compte, eene rekeningaccoord bevinden; eette affaire n'aduiet point de retard. deze zaak lijdt geen uitstel.

Aduiiniriile. m. hulpmiddel: omstandigheid,

"ClftC UH UCW1J9 nilCM, V.

Admiiiistra'llteur, m. — trice, f. opziener, bezorger, bestuurder, regent, voogd: opzienster. bezorgster, regentes, voogdes; —til', ive. a. het bestuur eener zaak betreffend: — tien, f. bestuur,

ucwiiiu, auioienaarspersoneei;

—tion de lajustice, rechtspleging, v.: —tivemeiit, adv. door bestuur of opzicht.

Adniiuistrcs, m. pl. onderhoorigen, de onder beheer staanden van een bestuur; ee inaire est aiuic de ses —, deze burgemeester wordt bemind door de burgerij.

Adininister. v. a. (préf. ad et lat. mi nistra re, servir) besturen, waarnemen, bedienen:

— un vomitif, een braakmiddel ingeven:

— Ie» sacremeiits, de sacramenten toedienen;

— un iiial.-wle, een zieke bedienen, hem het laatste oliesel toedienen; — de* coup» de baton, de pifd, op stokslagen, schoppen onthalen; s'—, bestuurd worden: aan zichzelf geven.

Admira ble, a. bewonderenswaardig, voortreffelijk; — bleinent. adv. voortreiFelijk: —teur, m. — triee, f. bewonderaar; bewonderaarster; —til', ive, a. verwondering of bewondering aanduidend; point — tif, uitroepingsteeken: —tion. f. bewondering, verwondering, verrukking, v.

Admirer, v. a. bewonderen, verbaasd staan over; , v. pr. zich bewonderen.

Admis sibilité, f. aanneembaarheid; —sible, a. aannemelijk; — sion, f. aanneming, toelating, v.; — a 1'exaiiien, toelating tot 't examen, v.; examen d'—, toelatingsexamen.

Adiiioiiesitation, f. waarschuwing, vermaning, v.; —ter, v. a. vermanen, bestraffen.

Admoni leur, m. adiiionitriee, f. iemand die waarschuwt, vermaant, of herinnert; —tion. f. vermaning, waarschuwing, herinnering, v. r* Adolescence. f. jongelingschap, v.

Adolescent, m. jongeling.

/VAdonien, a. uit een dactylus en een spondaeus bestaand (van een versmaat).

Adonis (pr. nice), m. fig. zeer schoon jongeling, m.

Adoniser, v. a. netjes opschikken; »*—, v. pr. zich opschikken.

Adonut', ée, (a qcli.) aan iets overgegeven, tot iets genegen.

Adoniier, v. n. gunstig worden, ruimen (van den wind); s'—, v. pr. (a qcli.) zich overgeven, toewijden, zich verslaven; au.jeu, au vin, zich aan 't spel, aan den wijn verslaven, overgeven: ce cliien s'est adoiuic a uioi, die hond is met mij meegeloopen: iiioii cliemin H*y adonne, mijn weg leidt er heen.

Adop ter, v. a. (préf. ad et lat. optare, choisir) tot kind aannemen; kiezen, aannemen;

— uiip opinion. een gevoelen deelen; —til", ive, a. tot kind aangenomen; enfant —, pleegkind; père —, pleegvader; mcre —ive, pleegmoeder; —tion. f. aanneming tot kind, v.; opname, keuze, v.; — de mots drangers dans une longue, het opnemen van vreemde woorden in eene taal; patrie d'—, aangenomen vaderland; la pliysique est sou étude d'—, de natuurkunde is zijne lievelingsstudie.

Adora 'ble. a. aanbiddelijk, aanbiddenswaardig; —teur. m. trice. f. aanbidder: aanbidster: — tif, ve, a. aanbiddend; —tion, f. aanbidding, vereering, v.

Adorcr, v. a. aanbidden: fig. vurig liefhebben;

— Ie veau d'or, den mammon dienen.

Ados, m. afhellend, tegen een muur gelegen.

tuinbed.

Adosser. v. a. (enntre och.) enrens te?en

aan leunen, zetten; s'— (a, contre), met den rug leunen tegen

A don her, v. a. in orde brengen, herstellen, kalfateren (een zeil, een schip enz.); een stuk (in het schaakspel) aanraken, zonder er mee te spelen.

Adouci. m. het polijsten van spiegelglas of metalen.

Adoufcir, v. a. zoet maken; lig. matigen, verzachten, verlichten; polijsten, slijpen (het glas; s*—, zachter van aard worden; bedaren; —cissage, m. polijsting: verzachting of tempering der kleuren, v.; —cissant, ante, a. verzachtend, pijnstillend: — cisseinent, m. verzachting, leniging, v.; —cisseur, m. spiegel- of glasslijper, polijster.

Adouc, a. gepaard, gekoppeld (van patrijzen).

Ad patres(pr.èce),adv. ètre —,gestorven zijn; aller —, tot de vaderen verzameld worden; envoyer —, naar de andere wereld zenden.

Adragant, m. soort van gom; boksdistel, v.

Ad rein. adv. kort en bondig, tot de zaak dienend; répondre —, kort en bondig antwoorden.

Adres se. f. adres, opschrift (van een brief); aanwijzing (om iemand of eene plaats te vinden); adres (aan den Koning); handigheid, behendigheid, list, v.; tours d'—, goochelaars-kunsten: handgreep, gauwigheid, v.; a iiioii —. aan mijn order (handelst.); — au besoin, noodadres (op wissels).

Adresser. v. a. richten, zenden: — 1» oa-

ptirole a qn., het woord tot iemand richten, iemand toespreken: ,(a <|ii.) v.pr. zich totiem. wenden of richten; s'— mal, aan een verkeerd kantoor beland zijn; s*— rue Kivoli Xo. 40, nadere inlichtingen te bekomen, men adresseere zich enz. (krantenstijl).

Adroit, oite, a. gauw, behendig, bekwaam; fig. listig, fijn, doortrapt.

Sluiten