Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. n. heen en wederslingeren; fig. wankelen, onzeker, twijfelachtig, besluiteloos zijn; — uil coinpte, eene rekening afsluiten, doen sluiten: *es verin* balaneent nes viees, zijne deugden wegen op tegen zijne gebreken; sans —, zonder te weifelen, te aarzelen; se —, v. pr. schommelen of slingeren; in de lucht zweven (van vogels); —cier, m. balansmaker, schalenmaker, schalenverkooper; slinger aan een uurwerk, beugel of slinger van een kompas, m.; zwengel eener pomp, m.; hefboom aan een muntschroef; schaar aan de weegschaal, waardoor de evenaar slaat, v.; balanceerstok van kourdedansers, rn.; —cine, f. toppenant, m. ra touw, (scheepsterm); — $oire, f. schommel, m • win. v.: noD. afgezaagd. vervelend gezegde.

Balandran. balandras, m. reismantel,grove mantel, m.

Balandre ou belandre, f. soort van schip, bijlander, binnenlander, m.

Balane, m. zeeëikel, m. (zeker weekdier).

Balant. m. loshangend touw; zie ballant.

Balasse, f. stroozak, beddezak; aarden kruik waarin men het water laat verkoelen, v,

Balast ou ballast, m. (mot angl.)ballast, m.

Italaus te. f. wilde granaatappel,m.; —tier, m. wilde granaatboom (grenadier san vage).

Bulalyer, v. a. vegen, met een bezem schoon maken; Hg. langs den grond, den vloer slepen i vnn ppmp. lanirp ianon of een sleen): de

wolken weg waaien (van een' sterken wind): den vijand verjagen, op de vlucht drijven; de zee van roovers zuiveren; —vette, f. kleine bezem, m.; —yenr, m. ense. f. veger, schoonmaker, veegster, schoonmaakster, —yense, f. v.egmachine; — de nies, straatveger;—vnres, f. pl. veegseb uitvaagsel, drek, m. vuiligheid, v.

Balbntiile. f. (pr. eie) toestand van een stamelaar; het stamelen; —ement. m. stameling, stottering, v.; —er (pr. elé), v. n. (lat. balbutire; de balbus, bègue) stamelen, stotteren; lig. verward spreken: v. a — mi compliment, stamelend een kompliment uitbrengen; —enr, m. stamelaar, stotteraar. Balbnzard. m. vischarend, m.

ll ilmii. m.fit.al. balcone. Dlancher,estrade)

balkon, uitstek, bordes; open galerij aan het. achterst gedeelte der schepen; eerste galerij in den schouwburg, v.

Italdaqniii. m. draaghemel, m. verhemelte; bedhemel, ledekantshemel, m.

Bale. ba Ie. balie. f. schil, vlies, hulsel van graankorrels; — d'avoine, haverkaf.

Balei |ne, f. (gr. ph al ai na) walvisch, m.; walvischbeen, balein; linile de —, walvischtraan, v.: fanons de la —, walvischbaarden; — tïanelie, Noordsche w.; — gibbar, cachelot, potvisch; blanc de —, spermaceti; — né, a. van baleinen voorzien; — nean, non, m. jonge walvisch, m.; —nier, a. navire —, schip voor de walvischvangst; Groenlandsvaarder; walvisp.hvnardftr! —hipip f. harnoenierssloen.

fBalèvre, f. onderlip, v.; groote uitstekende lippen; uitstekende steen, die gelijk moet gemaakt worden, m.

Balin, m. zeefdoek, m. ziftlaken, tot het wannen van koren.

Baline, f. grof paklinnen.

Bali sage, m. het plaatsen van bakens en verkpnninff.stepkpns: — >*e. f. baak. boei. ton, v.

of ander teeken in zee; jaagpad langs eene rivier; droit de —, bakengeld; iiispeetenr

des —s, bakenmeester; —ser. v. a. boeien,

bakens, tonnen of andere teekens in zee plaatsen; —senr, m. strandvoogd, bakenmeester.

Balisier, m. Indisch riet.

Bali!|ste, f. storm- of werptuig, waarvan de Ouden zich bedienden om steenen enz. te werpen; balista of ballista: —stiqne. f. werptuigkunst, v.; wat tot de leer van het werpgeschut behoort.

Bali!vage. het m. opteekenen, merken van 'tjonge houtgewas bij het kappen der bosschen:

— vean, m. scneui, ui juugc 100,

laat staan, als men een bosch afkapt, v.

Ifaiiver 11e. 1. zouemap, 111.; —nn, v. ... zotternijen uitslaan, grappen maken, enz.

Balla ||de, f. gedicht, bestaande uit drie strophen met refrein, en aan 't eind een coupletje, envoi genaamd; thans: gedicht, waarvan 't onderwerp eene legende of een avontuur is; fig. c'est Ie refrain de la —, 't is altijd bij hem 't zelfde liedje.

Ballant, a. aller les bras —s, met de armen slingeren, terwijl men loopt; cordage —, ou —, s. m. loshangend scheepstouw; —, lichte schommeling.

Balie. f. schil van graankorrels; zie bale.

Bal li Ie, f. (gr. ba llo, je lance) bal, speelbal, m; baal (met koopmansgoederen of waren), v.; kogel, m.; pop. hoofd, kop; éénfrankstuk:

— a iti*ii, geweerku^ci, «11 r* «i —, »»»»-«, scherp schieten: — inorte. perdne, matte

,r • a J r:. „ lmfPiaKnal.

KOgei; — oe COlOll, ue rair, katu* i1-. ruiiicu.»..,

fam. rond eomine 1111e —, zoo dik als een ton: prov. prendre mie — an band, van de gelegenheid gebruik maken; renvoyer la — a nu., iem. 't antw. niet schuldig blijven; ils se renvoyaient bien la —, ze bleven elkaar 't antwoord niet schuldig; enfant de la —.

hij, die in 'tvak van zijn vader is grootgebracht; pórter la —, marskramer zijn; inarcliandises

de —, marskramerswaren (van geringe kwaliteit). , . , <• Bal||Ier, v. n. dansen, springen; —lerine. t. danseres; —let. m. figurendans; ballet.

Bal||Ion, m. (rad. balie), bol, m. luchtbal.

m.; ronde bergtop, m.; soort van roeiMiiiuu ui het rijk Siam, v.; ronde bol op den top eener zuil, m.; soort van kogel of bom; — aerostati«|ue. luchtbol, m.; — captil', met touwen vastgehouden luchtbol; — perdu, aan de winden prijsgegeven ballon: — d'essai. proefballon;

lig. lancer Uil — U rnnni,

— lonne. a. gespannen, gezwollen; — lonnement. m. opzetting, opzwelling; —lonner. v. a. et v. n. opzetten, bolvormig uitzetten; — loimet. m. kleine glazen bol, rn.; — lonnier, m. luchtbalmaker.

. Ballo t, m. (rad. balie) baal, v. groot pak goederen; fig. fam. voila votre —, dat is juist wat je noodig hebt; —tin. m. kleine baal:

— lane. oanunmir. 1. iuuii^.uue paard, m.; —ttage. m. onbesliste verkiezing, stemming; tweede verkiezing, stemming; —tte. f. stemballetje (= boule); -ttemeiit, m. het slingeren, heen en weer bewegen; — tter. v. a. slingeren, schudden; —tter qn., lig. iemand door geiurig uitstel voor den m-il

houden; nes eanciiua»» nimmirs, tauuiu.uci., van wie geen de vereischte meerderheid heeft verkregen, die in herstemming moeten komen.

Balnéll ai re, a. wat op de baden betrekking heeft; Mtation —, badplaats; saison —. badseizoen: —atolre. a. appareil —, badtoestel.

Baloclie. f. kruisbes.

Sluiten