Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bayart ou baïart, m. draagbaar.

Bayer (pr. bè-ier), v. n. aqeli.(v. fr. beer, .'•tre ouvert) iets aangapen; fig. — apri'H qel»..

met gruuie ucgccnc u«««»

aux eorneille*, onnoozel staan kijken ot

gapen.

Ilayeur (pr. bê-ieur), m. eu*e, f. gaper, gaapster, hij of zij, die iets met onnoozele verbazing aangaapt.

Ba vette, f. lijn llanel.

Ba/.ar, m. (in het Oosten) marktplaats, v.; rijk voorziene en prachtige winkel, m. verkoophuis.

Bdellium (pr. ome), ni. soort van gomacntige hars. , ..

Béant, ante, a. (v. fr. beer, etre ouvert) gapend, geeuwend, met een' open mond; bou(.|if —e, gapende mond; regarder, eeouter «in. (r-i qeli.) bouelie —e, iemand of iets met open mond (verbaasd) aangapen, aanhooren; Kouffre —, gapende afgrond.

Ifrariiai*, e, a. uil oenrn ivooiui. h1"" »• Frankrijk); Ie —, bijnaam van Henr» IV.

Beat^ m. ate. f. a. et subst. (lat. beatus, heureux) gelukzalig; in heilige aandacht verzonken; schijnheilig; nn —, een schijnheilige; iem. die deelt in de winst van 't spel, maar toekijkt.

Beatilillcatio», f. gelukzaliging, opneming onder het getal der heiligen, v.; -er, v. a. onder het getal der heiligen stellen; -que, a. gelukzalig makend; vision -que, zalige verrukking of mijmerij (van dweepachtige menschen), v.

Beat i He*, f. pl. allerlei lekkernijen, die men in pasteien doet, v.; kleine handwerkjes, door nonnen vervaardigd.

Bratitude, f. gelukzaligheid, v.

■ i l „i 1 l„«ll« f /lat Vip. lis)

nraii. «tri, a. in. "rur, i. <*••« ~ ; -

schoon, fraai; fig. goed; voortrelfelijk, uitmuntend: l'écliapper belle, la manquei' belle, la lai**er éeliapper belle, eene gunstige jrelegenh. laten voorbijgaan; il 1'a ecliappe belle! hij is gelukkig aan het gevaar ontsnapt; la dunner, la bailler belle a qn., iem. een voordeel verschalTen; (ironisch) iem. iets wijsmaken;

^oii* me la ballle/. belle! je spelt me iets

op de mouw; «*ela vou* fait une belle jnmne.

wat geeft je dat! wat brengt je dat verder. «Ie plu* belle, van voren af aan, op nieuw, nog sterker dan voorheen; uil beau uiatiii, op zekeren morgen; Ie* — x jour*, de zomer, de jeugd; a la belle étoille, onder den tüooten hemel; 1111 bel-e*prit, een vernuft; de pronie**e*. ijdele beloften; lig. de belle» espérance*, hoop op een mooie erfenis: en

laire «Ie belle*, traaie sirenen uavuwcu, ™ faire beau, belle, zich optooien; la belle «Iemande! een mooie vraag! au beau milieu «Ie 1'eté, in 't hartje van den zomer; ètre *ur h«»u — «lire. op zijn praatstoel zitten: prov. la belle pliime fait Ie bel oiseau, kleederen maken den man; mettre dans un — .|w,,r>« in een gunstig daglicht stellen: il y a —jour, — temp* que je ne l*ai vu, ik heb hem in een heelen tijd met gezien: avoir — Jeu, eene goede gelegenheid, vrij spel hebben; «tre dan* «Ie — x drup*, in netelige omstandigheden zijn: maneer a belle* dent*. smakelijk eten; tig. «leeliirer «pi. a belle* «leut*, kwaad van iem. spreken: une belle toureliette, een smakelijk eter; Ie beau »e\e, de vrouwen; Ie beau monde, de voorname, rijke stand.

: Beau, m. het schoone, de schoonheid, v.; il voit tont en —, .hij ziet van alles den móoien kant; Ie — i«lêal, m. de hoogste trap

.. II. m . fuira I» nnvittPII

van voiKuiiicuuciu, in..

(van een hond); eene hooge borst zetten, parmantig rondstappen.

Itrau, adv. schoon; il rail lieau, hetismooi

p SI Colt ■■üirclior u(>

oi aangenaam wcuci, ■■ — .........v., •••

proinener. het is goed weer om te gaan, om te wandelen; il fait — voir, het is fraai om te zien; il l'erait — voir, het zou wat moois zijn; avoir — faire, vergeefs trachten: vruchtelooze moeite doen; on n — lui dél'endre, men moge hem al verbieden, hoe men hem ook verbiede; In as - «lire, je mag zeggen, wat je wil; liieu et —, bel et —, geheel, volkomen, ongedwongen; toot —, int. zacht wat! zoetjes aan!

Heaueoup, adv. veel; — —. zeer veel; a — nn-8, op verre na niet; il »'eu l'aut —, het scheelt veel; de - plus grand, veel grooter.

Beau- 111». m. schoonzoon, behuwd zoon; pl. . ■ til...

«ie* neaiiviMB, —

ger: pl.de* beaux-frère*; —pere, schoonvader.

ïieaiipit-, in. •».

Bemi-*einblant, m. veinzerij, v.

Beauté, f. schoonheid, bevalligheid, fraaiheid, v.; lig. eene schoonheid, schoone vrouw; bevallig voorwerp; pour la — du fait,om't vreemde. 't bijzondere van 't geval.

Beau'x-arts, m. pl. schoone kunsten, v.

Bebé, m. kindje; zie Baby.

Bee, m. bek van een vogel enz. m.; punt eener pen, v.; fig. mond, m.; snuit, m. neus, m. punt, v.; tuit, v.: pijp, v.; landtong tusscheu twee stroomen, v.; kant der pijlers eener brug, m.; — <|e gaz, gasbek, brander; eombien de —* de ga7/? hoeveel gasvlammen.' — jatine,

(pr. l>«'J«»lie> UfK van ecu j-jiiö»-" o

onervarenneia, uaimeicu., "ö- « t"

hou — iauiie. iem. toonen, dat hij onnoozel

* < ... /.!. ilnnnor ■■■■ l-llllll <lp

01 UOIll IS vzio urpimiir/, «»»'" ■ 1"

iig. kwaadspreken; *e premlre «Ie — avee «in., ruzie krijgen (met iem.); une pri*e de een ruzie :'fam. eau*er - a — avee qn., met iem. onder vier oogen spreken; Marie Imui —, ea«|iiet bon —. un(e) bon-—, eene babbelaarster; ee*t un bon--, zij is niet op haar mondje gevallen; elle a le — bien allilé, zij laat zich de kaas niet van 't brood eten; avoir — et ongle*, fam. haar op de tanden hebben; avoir le - gele, met den mond vol tanden staan: nieiier par le -, fam. om den tuin leiden: naar welgevallen besturen; temr |e _ a (dan*) l'eau, fam. iem. met ijdele beloften paaien; pa**er la pliime par Ie - a qn.. iem. doen watertanden, iem. „lekker ma¬

ken; eiore ie — u mi».,

i . |A it «ui ipmnun znno les

iniiv , ■ j J

leeren, de woorden ut den mond geven.

Bccabungn (pr. non», m. soort van v<.-ivn^« (plant), v. (véroiiique ere**onnee).

Bêrane. f. tiets. .

Béeard, m. duikergaus, v.; het wijfje van een zalm. . . . ,

Béearre, m. B duur (In de muziek), v.; heistellingsteeken.

Bei-a* *e. f. (rad. bec) snip of snep, v.: mandenmakershaak; prov. tig. la - e*t bridóe. de vogel is gevangen; hij (zij) is erin gevlogen: —*eau. m. jonge snip, v.; soort van kievit, m.: —*ine. f. water of poelsnip, v.; tig. tirer la —*ine. opzettelijk slecht spelen om | een zwakken speler aan te lokkeu.

Sluiten