Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« artelle, f. dikke plank, waarop de molensleenen rusten, v.; hout, dat tot inleggen gebruikt wordt.

Cnrte<pAHSeport, f. paskaart, v. Carte-po»te, f. correspondentiekaart (carterarrespoiidame); des rartes-po»te.

Carteron, m. onne, f. quadroon, m. quadrone, v.; zie quarleron. v!ln

t arte Biaiiisme, iu. >v.j=s.jo..*

Descartcs; -uien, ienne, a. Cartesiaansch, d. i. naar 't stelsel van Descartes.

Cartliame, m. wilde saffraan, v.

l'artier, m. speelkaartenmaker.

('artijlage, m. (lat. cartiiago) kraakbeen, knorbeen; — lagineux, euse, a. kraakbeenig.

tnltinane, f. stuk dun karton, bedekt met ziide-, goud- of zilverdraad.

( „riogra plie, m.kaartenteekenaar; —plne,

f. het teekenen van kaarten.

e /•f». cartP. p.t.i?r.manteia,

lanuuimi ii •• \» • - »• --i - o- - - •

«• >:nn\ ufoaMPcrtrArn lilt. dft kUUlt. V.. het

ïaartleggén; -cieSr m. -ienne,f. kaartlegger;

i'arton, m. (ital. cartone; du lat. charta,

napier) bordpapier; proeiuseKeiiw», v.,

v.; staalboek; doos, v.: - ii cunpcnu»,

doos; une picce qui reate dan» Ie» -8 du tin-at re. een stuk, dat met wordt opgevoerd, -d'ccolier, schooltasch, v.; —, schets (vaneen

Vnrtoiillnage, m. het binden in kartonnen

•and; karton went; — un, »• »• ~—- --

. ' i i nnrio f knrt.onma-

kartonnen oanu wuwu,

kerii v.: —iieur, m. bordpapier- of kartonmaker, :;,m f h<»rrtnsinip.rmaker of -ver-

kooper! maakster, verkoopster; —uier, m. kast met vakken (voor bordpapieren doozen); —nii're», f. pl. soort van Amerikaansche wes-

' C'arton-paille, m. strookarton; —paté, m.

'Tartoiiche, m. loofwerk of bijsieraad van beeld- of schilderwerk (aan lijsten enz.); soort van versiering in een bloemperk.

Cartou che, f. (ital. cartoccio, gargousse)

kardoes (voor kanon of ander schietgeweer), patroon, v.; paspoort of verlof briefje; -cherie.

f. fabriek van geweerpauuuc», ..... ■>

patroontasch, v.; -«I.iere, f. kardoesdoos, v

tartulaile. m. (lat. cartuia, dim- de carta, papier) verzameling van oorkonden in eene kerk of in een klooster, v.

faru» (pr. ruec), m. gruute slaapzucht, v. ('arvelle, f. ou clou ii —, groote karvielnagel. tarvi. m. karwij, karwijzaad (plant). ( arvatide ou lariatide, f. vrouwenbeeld (als sieraad of steunsei van een architraaf).

t'arybde, m. «aryhdis, f. draaikolk op de kusten van Sicilië, m.

C'aryopliylée», f. pl. bloemen tot de anje¬

lieren oenooreuu, *. .

Ca», m. (lat. casus, accident) geval, toeval,

. 1 "f. monl m . np (*(111*

daad, v.; oeuriji; uwMiiv«t ~.j\

«cience, gewetenszaak, v.; hg. faire (grand) — ile «cl»., de uil., veel werk van iets maken,

'. 1 U„M.nn. <>■! Mll — (lilt*.

veel met ïemanu up ucuucu, , •—•

conj. zoo, indien, in gevalle dat; en toul in allen gevalle, hoe het ook zij.

•Ca», we, a. holklinkend, scnoi.

< a»anier. iere, (lat.casa, maison) die graag l. ■- ...m iIp -ii'ip. onna

ie nul» £11, mrun "

altijd in nuis zuuui.

1 asailque, f. (ital. casacca, vètement pour

mettre dans la maison) reisrok, o verrok, m.; fig. t ou nier —, tot eene andere party overgaan; —quin, m. huisjas, v.; korte(Dverrok, m.; vrouwenjak; pop. il m*e»t toinbe »ur Ie , hij heeft zich op mij geworpen (om mij te slaan).

Ca»bah, f. vorstelijk paleis in Barbanje.

Cascade, f. (ital. cascata, chute; du lat. ca de re, tomber) waterval, m.; lig. sprong;

plotselinge overgang, m.

f Vïoet van zp.keren boom in

vnBinuiir, •• "««v • —

Peru, m., cascarille, v.

lascatelie, i. Kieine waiervai, u».

\ :* ... imlr »«iii♦ nn ppn

ta»e, 1. tiai. casa; ruik v., -r—-

dam- of schaakbord; band op het tnktrakbord.

m.; vak, aideeung <van ecu

negerhut, v.; smeltkroes in eene gieterij, m.;

natron de la —, fam. huisheer.

v f ' i.f ciromminff rtp.r melk. kaas-

mimi, i. oviw.u..»..0 — ,

vorming, v.; — enx, eu»e, a. (lat. caseus, fromage) kaasachtig; —iforine, a. kaasvormig; — ine. f. kaasstof, v. , ,f<

l a weina te, I. Kazemat, v., uu .. ..j *

r± _ holwerk van

— IC, a. uaBiiuu i

kazematten voorzien; —ter, v.a. van kazematten

voorzien, versiernen.

C'a»er, v. a. plaatsen, schikken; (in t trictracspel) twee schijven op één veld zetten; lig. onder dak brengen; <111 1'a rasedan»uil petit emploi, men heeft hem een postje bezorgd; se V. pr. een plaatsje vinden; zich neerzetten; trouwen.

Caserel, m. t aserette, f. kaasvorm, m.

Caseïne. f. barak, woning voor soldaten, kazerne, v.; —nemen*, m. kazerneering, gezu-

menli|ke nuisvesuug uci v. a. in kazernen plaatsen of leggen; in kazernen liggen; —net, m. wachtbriefje; wacbtlei, v.; oiTiciersregister, logboek.

i'aséiun (pr. ome), m. ou Caseïne, f. kaas-

St d'a«ier, f. ioketkast, v.; Ie -Judiriaire d un

individu, al de stukken, die op een verdacht of veroordeeld individu betrekking hebben ('awilleux. eu»e, a. bros, dat licht in stukken

'"rasimlr, m. dun gekeperd laken; pop. vest.

Caaino, m. (ital. signifiant maison de campagne) gezelschapsgebouw, Casino. C'aHoar, m. casuaris, m. (zekere vogel).

L'a» «He, m. (esp. ca»cu, —

stormhoed, helm, m.; fam. -iimèelie, slaapmuts;

l_ A .,^,,1/nn '/1 i n • —nll«> <>P. a.

tam. avoir non — <> *•- * . ..

van een' helm voorzien; —quette. f. pet, muts, v. f 1'orhnnrrmir van inzet in een

spel om de andere spelers bang te maken;

leugen om zien uu ubihuwic.^», .«T > m. het kleinslaan van het erts; — mulle, t. eerste ploeging van een akker; saiilI, «nt*.

a. bros, neigeen iicul uicc^, ---- -7

■v. uiuo, ... tnnn enrpkpn:

a. oros, netleen hwh ■■© -■» .

purler d'uil ton op sclierpen toou spreken; —sation. f. vernietiging, afschaffing, v.; cassatie,

ae pour- \oir en —, in u™#" *

(bii 't hof van cassatie).

i'aaaavp, f. brood van maniokswortel ge-

ta('a»"'»e, f. kassia (zeker geneesmiddell, v.; pennenbakje; het breken; de breuk, v.: gebroken aardewerk: letterkas (op de drukkerij), v., smeltkroes der goudsmeden, m.; iig. ontslag, — a rót. braadpan; — w, ee, part. et a. gebroken; lig. payer Ie» pot» het gelag beta-

len. lig. gebroken (van de stem); oud, zwak,

afgeleefd; vol* cassée, gebroken stem; -»eau,

Sluiten