Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veldoverste, die, na den koning, het opperhoofd v;in het leger \v;is, eonnetabel; deken van het maarschalks-gerechtshof; constabel, gerechtsdienaar (in Engeland); f. gemalin van een eonnetabel; —tablie, f. maarschalks-gerechtshof.

Comie||\e, a. (lat. connexus; de cum, avec, nectere, lier) verbonden, gehecht, overeenkomstig; — xlou, f. samenhang, m ; verband, overeenstemming, v.; f. overeen¬

komst, betrekking, v. .

loliilivence, f. oogluiking, toelating, medeplichtigheid, v.; è»re de bet met elkander eens zijn; «gir ile — «ver qn., twee handen op één'buik zijn; —ver, v. n. (lat. connivere, fermer les yeux) oogluikend toelaten, laten doorgaan, gedoogen; fam. door de vingers zien.

(uniiolHltif, Inc, a. een bijdenkbeeld te kinnen gevend; mede-aanwijzend; — (ion, f.

« , i \ l.««nnl>nnio MilintooL'onie V

tweede tonzeKeie,; uci.ccn.cuio, ••

(oiillil, ue, part. et a. gekend; erkend; bekend: ui \u lli —, geheel en al onbekend: s m.'het bekende; —en, bekenden, gegevens.

l'ouoï|!d»l, iile, a. kegelachtig.kegelvormig; -de. m. lichaam, dat eene kegelvormige gedaante heeft.

Cnnqiic, f. (gr. konche, coquille) groote zeeschelp of schulp; holte van het oor, v.; — marine, groote zeeschelp.

( oikiucIrail», ni. veroveraar, overwinnaar; —rir, v. a. (lat. conquirere, rassembler) veroveren, overwinnen.

( on'qilèt, in. aangewonnen huwelijksgoed; -quèle, f. verovering, v.; il « fait «"• hij heeft haar hart veroverd. , ,

('i)iMlillrrniit, a. m. inwijdend; eveqtie. —, bisschop, die een' anderen bisschop inwijdt: Ie prèlre —, de dienstdoende priester; —ere,

re. a. geneiiigu, gcwiju; — '

-i-rer, v. a. (lat. consecrare) wijden, inwijden, inzegenen; toewijden, aan iets besteden I(len tijd enz.); huldigen, wettigen; heilig of eerwaardig enz. maken, heiligen; »e —, v. pr. a urli. zich (toe)wijden (aan iets).

( nliHilll Iguin, ine, (pr. gnin), a. bloedverwant. bloedverwante (van vaders zijde); — Kilillile (pr. gu-ii, f. bloedverwantschap, v. (aan vaders zijde).

CiiiiHrienlIce, f. (lat. conscientia; de cum, avec, et scire, savoir) geweten,bewustzijn; en —, adv. in waarheid, waarachtig; en hunne —, met een gerust geweten; pour l acquit <le »« p»r acquit de om zijn geweten gerust te stellen; avoir, laire —, se laire ui»e — de..., er een gewetenszaak van maken, te...; e'ent — de, il y a (ne la) — a la in» rel», men kan dat nauwelijks met een ..OM <1» irpwftt.p.nszaak:

^CIUSI^CWCICU UUCii, ' . U

mettre la iiiahi wur la —, (1e hand op t nart

leggen; avoir ia — nt*««r, cc» —-

hebben; —rieuaeineiit, adv. op eene nauwgezette, gemoedelijke wijze; — cleux, euse, a. nauwgezet, gemoedelijk; —t, e, a. bewust. 4'oiiMeionité. f. zelfbewustheid, v.

i .muoriii tihl<> a. riienstnlichti^: — tion, t.

(lat. cum, avec; scriptio, action décrire) opschrijving of lichting tot den krijgsdienst; conscriptie, loting, v.; tirer a la —, loten;

lomurr «i ia —, iii uc iuwug

( oiiHcrit. m. dienstplichtige loteling, recruut, ongeoefend soldaat; fig. groene, nieuweling; pl. Ie» pére» —8, de oude llomeinsche senatoren. C'oiiserrallteur, m. zie Consacrant; —tion.

f. (lat. consecratio) inwijding, inzegening, v.

CoiiMeetio». f. snijding, ontleding, verdeeling door middel van een snijdend werktuig, v.

Con»éeu !tif. ive, a. (lat. consequor, consecutum, je suis) achtereenvolgend; — tion, f. opeenvolging, aaneenschakeling, v.; nioi» «Ie -, synodische maand; — tivement, adv. onmiddellijk na elkander, achtereenvolgens.

ionseil, m. (lat. consilium) raad, m.; overweging, v.: raad, m., raadsvergadering, v.; besluit, raadsbesluit; raadgever, raadsman; prendre - «Ie qn., iemand raadplegen: prendre — de hou bonnet de milt, zich op iets beslapen; ètre de bon —, overal raad op weten; — de coinmeree, kamer van koophandel; — iiiimicipal, gemeenteraad; — de ftuerre, krijgsraad; — de familie, familieraad; de

recruienieiii, raaa van iwuiccnu8,

l.„,..,:„„.,nninmici!io m 111t ipi'Jl il (1.

rCUNIUII. KCUI Illgov/Uliuiii^,

*• : I I..- .. .. no/tnn i-iail irPVPll' —lei'.

tUIIHI'll Ifl. V. tl. laut'M ri" ' ' . '

m. ére, f. raad, raadsheer: raadsman, raads-

vrouw; — leur, m. raaa gever.

louwen». m. scnniwonjKc 't hof van Home, v.

l'on»en»iiel, elle, a. contrat —. verdrag, waarbij de verplichtingen der contracteerende partijen alleen op de overeenstemming van hunnen wil berusten. , .

lonnenlllaat. ante,a.inwilligend; — teiiient, m. inwilliging, v.; -tir, v. n.(lat. consentire) ta qeli.) inwilligen, toestaan; v. a. (qeli.) zijne toestemming tot iets geven; iets billijken, iets als waar erkennen; prov. qui ne dit mot eoiisent, wie zwijgt stemt toe.

('oiiséllqueiiiineiil, adv. — a, overeenkomstig met, getrouw aan; —, bijgevolg; —queiice, i. gevolgtrekking, v.; besluit, gevolg, aangelegen-

r -1 ... ..«1,. .llancunlirpnii1 HI1IIM —.

neiu, V.; «-II , rtUY. ureiio.».^»" ? ■;

. J.. .. ».>ra 0 li» tu t' IIIIN

aav. zoiiuer gcvui*;, ... --------

i'i —, dit woord kan geen gevolgen hebben,

__i ï.. r> HU wnni-H hprnpnftn:

men zaï zien latei met up r----

homilie de —, man van aanzien: attdire de

i »urli>r ikirir Mail* —.

—, L ttUIi V.IU gcnium, p.....-., ----- :

spreken, handelen zonder eenig opzet ot kwaad

oogmerK; — uuein, m.

v ,,. iiuuiiÉ oiiIp. A. Hat.

eener ucwnsicuo, -

- o q.i ii i eVnfinivi'R aan-

CO II S eq U C II ö, uc tunoc'iun .. J

zienlijk, aanmerkelijk; hij of zij die volgens

aangenomen gronaoeginseiuu spicc^u ......

aen, coiisequciiL, |><n —, —c

naive, aaarom.

ConHervalltenr, m. trlee, f. behoeder, bewaarder, behoedster, bewaarster; opziener, conservator; — des liypotliêque», hypotheek-

i ...ï Hu nrtlitipkl; —til.

uewaaruci , tunscnaut-i v... "^„i - ,—1 . . -

ive, a. behoudend; conservatief; —tion, i. in-

Stananouaing, oewanng, v.; wuuuu, «...«w ..... bewaarder, opziener, conservator; — toire, a. tot het behoud en de handhaving van vrijheden en voorrechten behoorend; tot het behoud dienend; —toire, m. hoogere muziekschool, v.; conservatorium. . ,

Coiiaerllve, f. geconserveerde, ingelegde vruchten, groenten, vleesch; conyooiscnip; voener, iiavigtier de —. convooi zeilen; aller de —, te zamen reizen; —ver, v. a. (lat. conservare) behoeden, bewaren, behouden, handhaven; *e —, v. pr. zich bewaren, frisch en gezond blijven; — ve», f. pl. conservatiebril, m., bril tot bewaring van het gezicht.

C'oiiHidéllralde, a. (rad. considérer) aanmerkelijk, aanzienlijk, gewichtig; — rablewent, adv. aanmerkelijk, zeer veel.

ft'on»idé||rant, ante, a. J-omzichtig, nauw-

Sluiten