is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Contre-expertise, f. tegenonderzoek.

( ontre-extension, f. tegenspanning, uitrekking van een gebroken lid, v.

Conlre-fare, f. soort van beschermwal, m.

C ontre|jfa<;oii. f. nabootsing, namaking, v.; bedriegelijk namaaksel; nadruk, m.; — facteur, m. namaker, nadrukker; -taction, f. nadruk, m.; namaking, v.; —faire, v. a. nadoen, namaken; mismaken, vervalschen, nadrukken; M v- Pr- zich geveinsd aanstellen, veinzen; — faiseur, m.; —ense. f. naaper, nabootser, namaker; naiiapster enz.; -fait. aite. a. mismaakt, wanstaltig, leelijk.

Contre-faiion. m. nokgording, dempgording, v. (scheepst.).

Contre-feiiètre, f. dubbel venster, tochtvenster.

Contre-feu, m. vuur-, haard plaat,v.

Contre-firlie. f. schoor; kruisband, m.

Contre-lll.m. tegenstelling, tegenovergestelde richting, v.; a tegen den draad in.

Contre-finesse, f. tegenlist. v.

Contre-lorres, f. pl. tegenkrachten, v.

Contre-forger, v. a. tegens meden, het ijzer

uuui artu weurszijuen ie siaan.

Contrefort, m. tegenmuur, steunmuur, m.; hielbelegstuk (van een schoen); uitlooper (van een gebergte).

Contre-lrase. het afdeelen van den klomp onbewerkt deeg in groote stukken, derde gedeelte der deegbereiding.

* umre-iraser, v.a. voorden derden keer deeg kneden en afdeelen.

Contre-fruit, m. zijwaartsche aanmetseling van een' muur van boven naar beneden, v.

Contre-fugne. f. tegenfuge, v. (soort van tegenzang).

Contre-gage, m. tegenpand.

Contre-garde. m. bolwerkschild; met steenen vol gestorte kribbe, v. voor een' brugpijler.

Contre-garder, v. a. zorgvuldig bewaren; . v. pr. zich in acht nemen, op zijne hoede zijn.

Contre-gou vernemen!, m. der regeering

luaauc^cicii, ui.; ng, v.

* onire-iiaciier, v. n. kruisstrepen maken (bij plaatsnijders).

Contre-hachn re, f. kruisstrepen op eene koperen plaat, v.

Contre-liatier, m. stookijzer; groote standaard in eene keuken, m.; staand spitijzer.

C ontre-liaiit (en), a. van beneden naar boven, opwaarts.

Contre-lienrtoir, m. ijzeren plaat, waartegen de klepper slaat, v.

Contre-iiidication. f. valsch teeken bij ziekten.

Contre-jour, m. tegenlicht; valsch licht in een schilderij; a contre-jour. adv. tegen het licht; in een valsch licht.

Contre-jiimelles. f. pl. steenen wangen in een riool, v.

Contre-latte. f. tegenlat. spar, rib, v.

t'oiitre-latter, v. a. van tegenlatten voorzien.

Contre-lettre, f. geheime, herroepende mededeeling, brief; herroeping van een' voorgaanden brief, v.

Contre-ligue. f. tegenverbond.

1'ontre-lorisner, v. a. tegenbegluren.

Contre-mailler. v.a. dubbele steken maken.

C ontreinaitre, m. bootsman,onderstuurman; werkbaas (in een fabriek enz.).

C'ontreinaiiüdement, m. tegenbevel; —der,

v. a. tegenbevel geven; afzeggen, weder inroepen.

Coiitre-marc, m. merk, dat de timmerlieden op ieder afgewerkt stuk hout zetten, om het te herkennen.

Contre-marrhe, f. tegentocht, m.

Contre-marée, f. tegenstroom, m.

Coiitreinarqiie. f. tegenteeken, bijteeken; tweede brief, waarin herroepen wordt hetgeeu ie voren geschreven is, m.; uitgangskaartje, (in den schouwburg enz.); valsch teeken (aan een paard).

Coiitremarqiier, v. a. van een merkteeken voorzien; se —•—, v. pr. valsch geteekend worden.

Coiitre-mine, f. tegenmijn, v.; lig. tegenlist, v.

Contre-miner, v. a. tegènmijnen maken; fig. door tegenlist verijdelen.

Coiitre-mineiir, m. tegenmijner.

Contre-inoiit. adv. opwaarts: ii contre- mout, tegen den stroom.

Contre-mot, m. tegenwoord, tegenwachtwoord, antwoord op het wachtwoord.

Contre-inonle. m. tegenvorm, m.

Contre-iiiouler. v.a. een tegenafdruk maken.

Contre-in lil', m. tesrenmuur. in. (muur. tp.n-pn

een anderen, om dien te versterken). Contre-murer, v. a. van een' tegenmuur

voorzien.

Contre-ongle, m. keerspoor.

Contre-opposition, f. partij, v. die zich aan de oppositie houdt, maar van andere grondstellingen uitgaat.

Contre-ordre, m. tegenbevel.

Ccntre-oiivertiire, f. tegenopening, tweede opening (bij eene wonde), v.

Contre-paroi, f. buitenwand, m.; ruwschacht, v. (van een hoogoven).

Contre-partie, f. tegenstem, bovenstem, v.; contra-boek; tegenovergesteld gevoelen.

Contre-passation, f. wederafstand, m. van een' wissel.

Contre-passer. v. a. een' wissel afschrijven; een' tegenpost maken.

Contre-pente. f. plaats in eene waterleiding, goot enz., waar het water niet afloopt, v.; tegenovergestelde helling van de twee kanten eener laan.

Contre-percer, v. a. tegenboren.

Contre-peser. v. a. tegenwegen, opwegen; beter: eontre-balaiicer.

Contre-pied, m. tegenspoor; lig. het tegendeel.

Contre-piiaHtre, rn. tegenpilaar, m.

Coiitrenoid*. m. tegenwicht: tecRnwirht van

een uurwerk; balanceerstok (van de koorddansers), m.; lig. verkleining, krenking, v.

Contre-poil, m. verkeerde richting van het haar, v.; a —, tegen het haar aan; tegen de vleug: prendre a —, lig. verkeerd opvatten.

Contrepoiiit. in. contra-punt; tegenzang (in de muziek), m.

Contre-pointe, f. scherp, van den rug deisabel; het schermen met de infanteriesabel.

< ontre-pointer, v. a. stikken, doornaaien; eene batterij tegen eene andere opwerpen: tig. iemand tegenspreken.

Coiitrepoison, m. tegengif; lig. tegenmiddel.

Contre-porte, f. tochtdeur, v.

Contre-poser, v. a. een' post verkeerd overdragen (bij de kooplieden).

Contre-position, f. verkeerde overdraging van een post (op een koopmansboek), v. Contre-pression. f. tegendrukking, v.