Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monnaie. slecht bij kas zijn; prendre par Ie

plus —, den kortsten weg volgen; vent —, tegenwind; savoir Ie — et Ie long d une

affaire, eene zaak haarfijn kennen; avolr la vue —e, bijziende zijn; fig. geen doorzicht hebben; avoir la resniration —e, l'haleine —e, kortademig zijn; II en sera pour sa —e

lionte, hij zal er met schande afkomen; —, adv. kort; ilemeurer —. rester —, blijven steken (in eene rede); se trouver —, niet verder kunnen; eouper —, kort afbreken; tenir de —, in toom, in bedwang houden; kort houden; tout —, kort af; zonder meer; prendre qn. de —, iemand overjachten, den tijd niet gunnen; tourner —, een te korten draai nemen (met een wagen); plotseling van richting veranderen; fig. het gesprek plotseling op iets anders brengen.

Cour||tage, m. makelaardij, v.; makelaarsloon; courtage, v.; —taille, f. draadknipsel, af knipsel van metaaldraad; — tanelle, f. soort van druif; —tand. aude, a. kort en dik, gezet; kort afgesneden, gekort; clieval —, paard met afgesneden staart en ooren; étriller eoinine ■in rliien —. geducht afrossen, —taud, m.

— taude, f. korte, ineengedrongen man, vrouw;

— taud. m. paard met afgesneden ooren en staart; bas eener zakpijp,v.;fam. winkelknecht; —tauder, v. a. paarden of honden den staart of de ooren afsnijden, kortstaarten; lig. — qn., iem. geducht afrossen, leelijk toetakelen.

Court-baton, m. halve piek, v. ('aiirt.lwHiillnii m. korte, of Poolsche visch-

saus, v.; sap, waarmede men visch stooft of opkookt; pl. des courts-bouillons; —né, a.in Poolsche vischsaus gekookt.

Court-boutou, m. houten pin, waarmede men de ossen aan den dissel vast maakt, v.; pl. des eourts'boutoiis.

t'ourt-cote, m. bovenste gedeelte van het hoofdstel der paarden; pl. des eourts-cotés.

Courte-botte, m. kort ventje, mannetje, dreumesje; pl. tles eourtes-bottes.

Courte-boule, f. korte balbaan (zeker spel), v.

Courte-épée, f. dolk, m.; pl. des eourtes«pees.

Courte-épine, f. kortvin, v. (zekere visch).

Courte*baleine, f. aamborstigheid, v.

Courtement, adv. in 't kort, beknopt.

Courte-paille, f. zeker spel, waarin strootjes (het langste of het kortste) getrokken worden; tirer a la —, om 't kortste of 't langste strootje trekken.

Coiirte-paume. f. soort van kaatsspel met raketten.

Courtepointe, f. beddesprei of pronkdeken, v.

Courte-pointier, m. spreimaker.

Courte-queue, f. kortgestaarte schildpad; kortgesteelde kers.

Courter, v. n. het makelaarschap drijven; v. a. iets zoeken te verkoopen.

CourIItier, m. makelaar; — d'assuranres. assurantie-makelaar; — breveté, aangesteld mnkplnnr: — «le «■lunair** wisselmakelaar: —

marron, beunhaas; — éleetoral. eleetoire, dVleetion, verkiezingsagent; —tière de niariage, f. koppelaarster.

-|-C*o«ir||til (pr. ti), m. tuintje bij een boerenhuis; hen nepakker, m.; — t iIi ere. f. (rad. c o u r t i 1) aardkrekel, molkrekel, m. (taupe-grillon).

Courtine, f. (lat. cortina) gordijn; voorgevel van een gebouw tusschen twee vleugels; tusschenwal, gordijn, tusschen twee bolwerken.

Courti||san, m. (rad. cour) hoveling, vleier, pluimstrijker; —sane, f. voornaam ontuchtig vrouwspersoon; — aaiierie, f. hoofsche manieren, v.: pluimstrijkerij, v.; — sanesque, a. hoofsch; —saiiisine, m. spreekwijze, aan de hovelingen eigen: —ser, v. a. fam. uit winzucht vleien, pluimstrijken; aan eene vrouw het hof maken.

Court-joiiité, ée, a. kort gekoot, kort van hiel.

Court-manclier, v. a. met houten pinnen het vleesch opniiken.

Court-inoiitè, elieval —, paard dat laag van lenden is.

Cour||tois, oise. a. hoffelijk, vriendelijk, minzaam; aruies —es. stompe wapenen (in de steekspelen); fig. uiie poléinique a aruies —es, een hoffelijk debat; ehanibre —e, No. 100, plee; — toisenient, adv. hoffelijk, op beleefde wijze: —toisie, f. hoffelijkheid, vriendelijkheid, v.; —ton. m. korte hennep, m.

C'ourt-vètu, ue, a. kortgerokt, met kort.rokken.

C'ouru, ue, part. passé de courir, et a.. gejaagd, vervolgd, en/..; fig. ètre fort —, sterk gezocht worden, veel toeloop hebben.

lOUSfOll, lil. "CL taau v.ni iiiiiij tu

van honiggms.

Couscous ou eouseoiissou, m. (ar. kouskous) klontjes uit meel en vleesch in olie gebraden.

Coupeuse, f. naaister; innaaister van boeken; naaimachine, v.

Cousi 11. m. neef (kind van oom of tante); kleine mug, v.; soort van gebak; — ns geruiaiiiM. volle neven; fig. si eette fortune m*arrivait, Ie roi ne serait pas inon als dat geluk mij te beurt viel, zou ik den koning te rijk zijn; 4\(re —ns, goede vrienden zijn; —nage, m.fani. neefschap, al de neven; —ne, f. nicht; — ner. v.a. neef zeggen, neef noemen; v. n. fam. bij zijne familie en vrienden rondreizen om vrijen kost te hebben; il» ne eousineiit pas ensemble, zij kunnen het samen niet vinden; —nette, eoussinette, cousinotte, f. St. Jansappel, m.

Cousiiiiêre, f' behangsel van gaas of ander»• dunne stof voor eene bedstede, om muggen af te weren, (moustiquaire).

Cousoir, m. boekbinders-naaibank, v.

Coussi ü li, in. kussen; — (d'amure), omwoeling van touwwerk, om de wrijving te beletten, v.; — de ennoii, stelhout, of groote keg, v.; — ner. v. a. met kussens voorzien; —net, m.kussentje: tig. mettre, jeter son — sur qn., qcli., zich van iem.,iets meester maken; —, gegoten stuk ijzer, waarop de rails rusteu (enair); —netn (d'une voute), imposten, m.

Coumsoii, m. Nvarme, vochtige wiuJ. die voor den wijnstok nadeelig is, m.

Cousu, ue, part. passé de coudre et a. genaaid enz.; ètre tout — d*or, schatrijk zijn: une maliee —e de lil blane, eene gemakkelijk zichtbare booze toeleg; bouelie —e, fam. mondie dicht!

Cout, m. kosten, prijs, m.; waarde, v.; len inenus —s, de kleine uitgaven, v.; Ie — fait perdre Ie gout, de kosten doen er van afschrikken (lett. de k. doen den lust vergaan).

CoAtant, a. prix —, inkoopsprijs, m.

Coutarde, f. gebak van melk, eieren, honig en meel.

Couteau, m. (lat. cultellus) mes; — traiirliaut, scherp mes; — pliant, knipmes: la lame, la pointe, Ie traiirliant, Ie dos.

Sluiten