Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbereidende werkzaamheden voor een spoorweg; -diant, m. leerling, student; -diaiite. f vrouwelijke student, studente, v.; studentenlieflf*: —nio i>o I, nf o i,..—. •.

'j' . u'-j* v , *vu,,ot,s ""gevonden, f^oed bearbeid, bestudeerd; gedwongen; verdicht; — (lier, v. a. et n. (rad. étude) stu-

uYciucnKeuj van ouuen leeren; v. pr. (II qcli.) zich bevlijtigen, zijn best doen om...; —diolf, f. lessenaar op eene schrijf-

kokT S±.}SS> v:i ~ « !»»«•"<■«.

.—— ,, iiiuuueriKOKer; —

de eliapeau, hoedendoos; — de matlieinali-

.rvD, ^..oowuuus, V.; —, vieugeiaeksei der kevers; bun, vischkaar in eene schuit, v.

Ktu||ve, f. zweetstoof, badstoof, v.; — «eehe zweetbad; — liumide, dampbad; — a de*in' roei ion. ontsmettingsoven; — de bordrrie.

».»0w.00iwi, — I. net stoven der spn-

zen; gestoofde spijs, v.; -vemeiit, m. het stó-

v. uctien vuenei- wonue;; —ver, v. a.stoven, verwarmen; met lauw water betten (eene wonde);

w«uowui nuuuei, nu oecer: haigneur. Ktyniolollgie, f. (gr. etumos, vrai; logos, discours) etymologie, leer der woordafleiding, v.; — gique, a. etymologisch; — giser v. a. et n. de afkomst der woorden nasporen; -«•«{f, m- woordvorscher, woordafleider.

hnbage, m. priester der oude Galliërs, die zich met natuur-, sterrenkunde en wichelarij bezig hield. J

Uuealyptf ou Eucalyplun, in. Eucalyptus, fraaie Australische boom, m.

Kii.liai'intie ipr. eu-kn), f. (gr. eucharistia, action de graces) het heilige Avondmaal; betreffend'**' M ^ a' ^ie*' heilige Avondmaal Knrologp, m. kerkgebedenboek voor de zon-

Pn tiniclHirrnn 1... < I. „ 1, i. _ ,

Vj 6 vvici naiuunuKen;.

Rurrnnlr, f.fgr.eu, bien; krasis, mélange)

KP7IIIIM romnni*n>vm«» ° '

miiijjciaillCHU

Kudio in. lre, m. (gr. eudia, beau temps; m e t r o n, mesure) luchtzuiverheidsmeter, lucbtgehaltemeter, m.; -metrle, f. luchtiuiverheids-

"J?' :•> -""'irique, a. eudiometrisch.

hlUr/IIMO f I _

....„|„r, «. ciuiumetriscn. burniiHp. f. oogentroost, m. (zekere plant). Kiili! interj. och, och! F '

KlllfirivH f nl knf Kn/vnJ J 4... 1

--—i-i. . ei uiwu uu» /vvonamanis. r.iiinenidrs, f. pl. de furiën, wraakgodinnen, hiiniiqiir. m. eunuch, gesnedene, opziener m een harem.

pl u'i'tT"*°'rP' f' leverkluid> «grimonie (zekere

biipltp iinqiie, a. verschoonend, verzachtend.

VP.Ph npmonrl • . , , . 1

• -HiiBiiir, III. <gr. eu, uien; phèmi. ie nis ! P II nh .. m i c rv» n c. |„ i _ .

» . ' . 1 "" ° i p«uuie ue oon

augure) rhetorische vorm tot verzachting van

drukfTng^v8' verzachtende> verbloemende uit.

Kupluijnie, f. (gr. eu, bien; phoné, voix) welluidendheid, v.; -nique. a. welluidend; ter wille van de welluidendheid.

/JEuPl,orlbe.. f- wolfsmelk, euphorbium, v. (plant); —biacce», f. p|. wolfsmelkplanten, v taalT n*' m' Keatrecteerdc zuiverheid van

Klirmti'fWi (nr ... O c< .

r i- ' •• SV u* ^"mnccscn; m.

et f. Europeer, Europeaan, Europeesche vrouw , „'"r>f. overeenstemming, welgeordendheid, schoone evenredigheid, v.

Knstaelie, m. groot mes met houten hecht: troinpe d —, Lustachische buis, v.

Kuterpe, f. muze der muziek, v.

hufliaiiiiMie, f. zachte, stille dood, m.

Kiitropliii». f. goede en gezonde voeding, v • weldoorvoedheid, v.

Kux, pr. m. pl. zij, hen.

I'iVaculnnt, ante, — atif, ivo, a.ontlastend: —al ion, f. ontlasting; ontruiming, v.; —er, v. a (lat. e vacua re; de vacuus. vide) ontlasten afdrijven; ontruimen.

Kvjlllpr (k'l \r m< nnt.,l..nU ...

„ ,, *• y ««tuuwiiui, zien weg¬

pakken.

IllIICHtiiiii f -ifii'i; ..... 4 .. , .

.. . ....jnuig, vciftuuuiiii^, v. <aer

zinnen, der gedachten).

T^valtoiuier <»), v. pr. zich te veel laten voorstaan.

ivalnllalklfv .1 \I"1 '11'rl ilnrl... <11.

... — .uvtl aiion, i. schatting, wa.irdeering, v.; —er v a

K^hnttun i . . ' . ' ' '

* , ««"tuwiuii, uugiooien, uerekenen.

A 1! . .. ...

f • "• *"i»iuuuig verscnijnend;

—eenre, f. kortstondigheid, v.

liVaiigr liaire, m. Evangeliëoboek, boek der Lvanoreln;ri: — li<>n» o ...... .

f„ t "T"i "• *5».iiiöuii&uii, nroies-

tantsch; — liqiieuieiit, adv. op evangelische wijze; -Iwer, v. a. et n. het Evangelie prediken of verkondigen; — lisnie, m. zedekunde van het Evangelie, v.; — linie, ni. evangelist, schrijver van een Evangelie; hulpprediker.

Kvanirile. m. Hat. Pvnnrrpiinm. ,1

euaggelion, bonne nouvelle) Evangelieboek; I - we Ion Naint Mare, aaint Mathieu, ete.,

llCt Kvanrru hu vnn u«:i: »€... . '

h^ïi:rZJ 4*1. «w uwiiK«ii m.ircus, u« n

heiligen Mattheus enz.; e e«t I'—, dat is heilig

ii cbi |inn iiioi (parole) tl dat

verrlifint womir* <rainnr. a-—. . . 7 .

. .v . .4° r ' 1 *«"*«« Kmvi Kleine Mor)) gedeelte der Evangeliën, dat de priester in de mis leest of zingt; eAté de I'-, zijde

««•«! u« pnesier net evangelie

nr ,,Vi„ f".m' S68' 1 ,l" i°ur- d"' is het praatje van den dag.

l*4%anoii ir (h ), v. pr. (lat. evanescere) bezwijmen, in onmacht of flauwte vallen; fiir. verdwijnen, vergaan; faire evanouir mie ineoiiniie. mie fraelit»n, eene onbekende, eene breuk doen verdwijnen, oplossen; -iaseineiit. m. bezwijming, onmacht, flauwte, v.

Ilvnnnr.-i ihln o .

. i.«•«-,». vtiu.niijiuaar:—leur. m. ver-

dampingstoestel; — lif, ive, a. de verdamping

01 Ultnamnintr —1 •. . .. K P

4,7"—; r ? uumpuuarijvena:

— IIOII. f. 111 wappm n.r .

nimr ü- i,ö "T 1 V* 1 veruam-

?' .'..*"7 van nei sap (Oii de sui-

kerbereiding); hg. lichtzinnigheid, v.; — toire.

— , vuiu.uiipingsioestei.

l-.vapollré, ée, p. et a. uitgewasemd; fig.

luchtig; —rer, v. a. (lat. eva pof' de vaP«r, vapeur) verdampen, doen veidampen; uitdampen; het sap inkoken (bij de suikerbereiding); laten vervliegen, verv'uchtigen; fig. verlichten, verdrijven, lucht geven;

vprJlt Vf MOn zijn toorn, zijn

\erdnet lucht geven, uitstorten; h'-. v. nr. verdampen, uitdampen, in damp vervliegen;

,in„0 « — fii eiiunereH, zich

hersenschimmen in 't hoofd halen.

mw'.id open; ~Neiiient, m. wijdermaking, wijderwording; wijde opening, v.; uitbranding, v; --er, v. a. (rad. vase) eene opening wijder maken; -,il'. ive, a. ontwijf. ontwijking, ontvluchting, ontsnapping, v.; —sivement, adv. op ontwijkende

Sluiten