is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-tration, f. het zijgen door papier; filtrecring; _tre, m. stuk doek of papier, waardoor men de vochten zijgt of filtreert; leksteen, filter, m.; —trer, v. a. door een' doek zijgen, filtreeren; fig. inboezemen; se —, v. pr. ou —, v. n. doorzijpelen, doorlekken.

rilure, f. spinsel; droad, m.

Kim||hriaires, m. pl. (lat. fimbria, frange) ingewandswormen (inet franjevormige organen); -brille, f. kafdraad, kafschilfertje.

Fin, f. (lat. finis) einde, slot; afloop, m.; - courant, de laatste van deze maand; —, figdoel, oogmerk; a la —, adv. eindelijk; a la — _a ou — ton landen leste; en —

dc rouipte, a la — du couipte, per slot van rekening; ineiier «t hunne —, volvoeren, tot een goed einde brengen; tirer, toucher a sa —, op zijn eind loopen; Ie inalade touche a »ii' — de zieke ligt op sterven; premlre —, niiittrp — ik pp.n pind nwken aan

CilllilK^II , I11V »» . «. ... # .

a telle — que de raison, voor ieder doeleinde, geval; 11 eette —, ii ces tot

t ,t „inHc- fam. faire mie —. eene vaste leef¬

wijze aannemen; een beroep kiezen, trouwen, enz.; Ie Irihimal 1'a renvoyé des -» «Ie la plninte, de rechtbank heeft zijn eisch metontvankelijk verklaard; - <le non recevoir,

von riiot.nntvnnWp.liikhnid.

" Fin, fine. a. (lat. pop. finus de finire, limiter, finir) fijn, dun, teór; iig. fijn, listig, loos, doortrapt; la — e lleur, de fijne, beste bloem (van meel); lig. de keur, het puikje, de bloem; .. diefdnsimetie: avoir Ie ne/. —,

een scherpen reuk hebben; lig. scherpzinnig zijn; r'f'nt nne —e gueule, het is een lekkerbek; 1111e —e lauie, een uitstekend schermer, duellist; 1111 — voilier, een uitstekende zeiler; — es lierbes, fijngehakte groenten; au, en r. ... v,ot ii. iKt van.. • nrendre mie

hille —e'. nrenilre nne bille trop —. een bal

onn hal fo fiin rnkpn fhii 't. hiliart-

spel); iig. Ie — mot, het laatste, beslissende woord; oplossing (van een raadsel); de ware beweegreden; pop. het uiterste; —, m. faire Ie den schijn van slimheid aannemen; jouer au —, au plu» —, a qui sera Ie plus —, elkander zoeken te bedriegen; —. het fijne, het zachte; de hoofdzaak; de fijne wasch; het fijne coud: —e, f. fijn schrift; ma —e! op mijn

woord! . .

fFillnage, m. veldgrens, v.; gebied eener stad, eener gemeente; — nal, ale, a eindigend, laatst, slot...; lettre —e, sluitletter, v.; la —e, de „in-iintiorrrroon v • tri. i mot ital.) eind-

stuk, slotstuk, (van een muziekstuk); grondtoon, grondnoot; laatste figuur in de quadrille; -nalement, adv. eindelijk, ten laatste; —nalite, f. einddoel; doelmatigheid, v.

Finan||ce,f.gereed geld; belasting,schatting enz., v.; pl. inkomsten, v., finantiën; kennis van het finantie-wezen, v.; muyeiiiinnt —, tegen Uniont dpM' mi hnimne de —. een financier;

la haute de rijkste bankiers; ilveutentrer

dans la —. hij wil zich aan 't finantiewezen MMirio... «kiflVo do — Rnmp.insp.h ciifer: lettres

dè -. gedrukte schrijfletters; éerlture de —, soort rondschrift; —eer, v. a. et n. tam. geld afschuiven, in de bos blazen; geld opbrengen; — der, ière, a. tot het finantie-wezen behoorend; —cler, m. rentmeester, ontvanger, pachter; (■..an/Mo.-. _»ii>ri> a f prritiirc —. eroot sc.irift

met ronde letters, (zie llnance); a la —©iêre, op de wijze der financiers; zeer fijn toebereid

(met champignons enz.); —eieremeiit, adv. op de wijze der financiers.

Fiiias||ser, v. n. fam. kleine listen bezigen, niet rond handelen; —serie. f. fam. kleine list, onoprechtheid, v.; —seur, m. euse, f. — sier, m. ière, fam. konkelaar, draaier; konkelaarster, draaister; —sier, ière, a. kleingeestig berekenend. . . , * e

Finaud, aude. a. fam. listig, sluw; m. et f. sluwerd.

Fin-hec, m. iijnproever.

Fincelle, f zoomtouw( van een net).

Fine, zie Fin.

Fijnenieiit, adv. fijn, kunstig; listig, behendig; —nesse, f. fijnheid, dunheid; list, loosheid, v; kunstgreep, v.; rhercher entendre — a ocl»., ergens iets kwaads achter zoeken; -net, ette, a. loos, bedriegclijk; —nette, f. lichte wollen ot katoenen stof.

Fi||ui, ie, a. geëindigd, voltooid; met zorg bewerkt; ©uquiii —, volleerde schurk, aartsschurk; Ie —, m. de laatste hand, de voltooiing; de zorgvuldige bewerking, v.; het begrensde; —nir, v. a. (rad. finir) eindigen, besluiteji, voleinden; volmaken; v. n. eindigen, ten einde gaan, een einde nemen; aan zijn eind zijn, sterven; en — ave©...» eindelijk een eind aan iets maken; il a fani de parler, hij heeft uit¬

gesproken; 11 linira |»nr «r mint-., "«j

zich ten slotte, eindelijk, ruïneeren; -iiissage, m. laatste bewerking, v.; —iiisseineiit, m. voleindiging, voltooiing, v.; —nisseur, m. werkman bij het horloge- en speldemaken, die de laatste hand aan het werk legt; schilder, die te nauwkeurig werkt; -niteiir, a. m. eerele gezichteinder, m.: —nitif, ive, a. beslissend, afdoend; —uit», m. het sluiten eener rekening; de linale staat der rekening, m.

» UilandaiH, e, a. i' inianascu.

Finnois, e. a. Finsch; m. et f. Fin, i' insche vrouw; —, m. het Finsch.

Fio||le. f. (lat. phiala) glazen fleschje; (arg.) gelaat, gezicht; fam. vider une —, eene flesch wijn uitdrinken; —Ier, v. a. et v. n. pop. drinken, zuipen; —leur, m. drinkebroer, zuiper.

Fion, m. pop. zwier, m., goede houding, v.; dunner ie — a une ©hose, de laatste hand aan iets leggen.

Fioritures, f. pl. versieringen, v.; opsmuk¬

king, v.; oplegsei. _ 4 ,

Firmament, m. (lat. fi r mament um; de fi r m are, affermir)sterrenhemel, m.; uitspansel, firmament. , ...

Firinaii. m. schriftelijk bevel van den sultan, keizerlijke verlofbrief (patent), pas, m.

Firuie. f. handelsfirma, v. (in Belgie). Fis||©, m. (lat. fiscus, panier) staatskas, v., staatsvermogen, fiscus; de ambtenaren der staatskas; —cal, ale, a. den fiscus of de staatskas betreffend; (al te zeer) voor den "scus zorgend, op het voordeel van den fiscus bedacht;

—caietuenv, auv. up ustow j ■■

stelsel van den fiscus; te groote ijver voorden fiscus, de schatkist.

Fissile, a. splijtbaar.

Fissi nare, a. door verdeeling vermenigvuldigd; —pede,a. met gespleten klauwen of hoeven; —penne, a. met gespleten vleugels; — rostre. a. met gespleten bek.

Fissule. f. ronde darmworm, m.

Fissiiratiun, f. gespletenheid, v.

Fissure, f. (lat. fissura; de fissus, fendu) spleet, v.