Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van "t woud; Ie — de re roman est liistorique,

de kern van dien roman is historisch; du — de holi coeur, uit het diepst van zijn hart; roiuiaitre Ie — des elioses, den grond der zaken kennen; loc. prov. voir Ie — du sac, eene zaak geheel doorzien; uiettre un — a un pantalon, een kruis in eene broek zetten; vieux — de iiiagasin, winkelknechten, winkelwachters (waren, die men niet kan verkoopen); — iiiouvant, welgrond, m.; — de cours, singelgrond, m.; — de volle, het onderste van een zeil; a — de eale, in het

luim «wii auiiip); a —, aav. gronaig, in

den grond; a — de train, bliksemsnel; de — en eoiuble, van boven tot beneden, geheel en al; au —, als men het wel inziet; lig. faire

»«■■, oi.uu.1, uji icio manen, up iets oouwen; eouler a —, in den grond boren, doen zinken; fig. den ondergang veroorzaken.

Fondalité, f. grondrecht.

Fondanten||tal, ale, a. (lat. fundament u m, fondement) grondstellig, grond ..., fundamenteel; loi —e, grondwet, v.; — talenient, adv. grondig.

Fondant, ante, a. smeltend, sappig (van ooft sprekend); oplossend (de verdikte sappen);

■y j ® 'II1,uueioul ieuoensmenen.

r onda |J teur, m. trlce, f. grondlegger, stichter; grondlegster, stichtster; — tion, f. grondlegging; het leggen van de fundamenten van een gebouw; stichting (van een gebouw, van eene stad); fonds, fundatie.

Fondé, ée, a. gevolmachtigd; il est — a dire. •.hij heeft volmacht om te spreken; hij heeft reden, grond om te zeggen...; niotil', reproclie —, gegronde beweegredenen, gegrond

.w in. — ur |iuu>uir, in. zaaKgeiasugue, gevolmachtigde.

F ondement, m. (lat. fundament um grondslag, m.; fundament; fig. grond; pop. aars, m.;

"VV UVIHSlOlCi

Ionder, v. a. (lat. fundare; de fundus, fond) gronden, grondvesten, stichten; — qn. a...iem. volmacht geven om ....; se —, v. pr. sur qeh., zich ergens op gronden.

Fon||derie, f. (rad. fondre) gieterij; gietkunst, v.; smelthuis; wassmelterij, kanongieterij, lettergieterij, v.; —deur, m. gieter, smelter, rondis, m. inzakking (van een gebouw), v. Fondoir, m. smeltplaats, (plaats, waar de slagers het vet der dieren smelten), v.

frondre, v. a. et n. (lat. fundere) smelten; gieten; vergaan, afnemen; inzakken, instorten; — les liuineurs, de vochten verdunnen, de vochten vloeibaar maken; fig. — en pleurs.

... ........ c, i ii u.uicii wegsmelten; — sous les

pieds, onder de voeten wegzinken; — sur....,

zich storten op, met geweld aanvallen op....;

— sur lYiuieiiii, op den vijand aanvallen; se

1 »• F» • DII1CHCI1.

Fondrier, m. zinkhout; houtvlot. Fondriére, f. slijkgreb, v.; modderpoel, m.: sneeuwkuil, m.

t ondrilles, f. pl. grondsop, bezinksel, ronds, m. (lat. fundus) grond, m.; land, vast goed; som gelds, v., kapitaal, fonds; pakhuis; voorraad, m.; - de boutique, al de goederen in een winkel; livres de -, boeken door den boekhandelaar zelf uitgegeven: biens—, vaste goederen; n — penlii, up lijfrente;

uiiiir ilou „;;i. . ■ _

"tw" "j«i i«*» — som oas, wij

hebben geldgebrek; étre blen en —, goed bij kas zijn; — publies, staatspapieren, effecten;

speculer sur les -, in eirecten speculeerenles — ont hausse, baissé, de effecten zijn gerezen, gedaald; un grand — d'éruditioii een groote schat van geleerdheid; avoir mi grand — de paresse, ten hoogste traag zijn; Ie — et Ie tréfonds, grond en bodem, m.; hoofdsom en rente, v.; eene zaak, met at wat er toe behoort; fig. il sait.le — etletréfoml» de eette affaire, hij weet het fijne van de

miS: UlOtl <lllf*lp 11 VPIIllll Hltll «vti'in aa...

heeft ziine zaak, zijne affaire verkocht. Fondue, f. geraspte kaas met geklutste eieren, i onger, v.n. doorslaan (van ongelijmd papier), tongible, a. wat verteert door 't gebruik en bij 't teruggeven door andere zaken kan vervangen worden.

IVnlIonaUA C • 1

» ««. iunnr, i. spuns.icnugneia, v.; sponsachtige uitwas; — gueu x, euse, a. (rad. f o n g u s) sponzig, sponsachtig; -gus (pr. gure), m.(lat. fungus, champignon) paddenstoel, m.; sponsachtig uitwas.

Fontaine, f. (lat. fons, fontis, source: de fundere, répandre) bron, wel; springbron, fontein; waterkunst, v.; watervat, waterbakje: — jaillissante, springbron; Ie jet d'une —, de straal eener fontein; puiser* dans la —, uit de bron putten, loc. prov. il ne la ut pan «lire —, je ne boirai pas de ton eau, men kan nooit weten wanneer nip.n ipmnml nf

weer noodig heeft; la — ne va plus, de fontein springt niet meer; les -s de Versailles, de waterwerken van Versailles.

Fontauelle. f. oneninc aan h#»t hnnf.i rW

jonge kinderen, v.; fistel, fontenel, v. (kleine kunstzweer).

fFontange, f. strik, m.; lint (op een vrouwenkapsel).

Fonte, f. (rad. fondre) smelting, gieting. v.: gegoten metaal; fer de—, gietijzer; —. ineensmelting (der kleuren); —, (ital. fonda, poche, bourse) pistoolholster, m.

Fontenier. Fniitniiiipp m fniipiiont «««

koopman in waterleidingtoestellen, kranen enz.; bron-, fontein-meester.

Fontieule, f. kleine kunstzweer, v.

Fonti 'nal, ale, a. bron , fontein....;

—nale, f. bronmos.

Fonts, m. pl. (lat. fons, fontaine) - de baptème ou — baptismau\, doopvont; tenir un enlant sur les -, een kind ten doop houden, ïor, m. (lat. forum, tribunah rAPntAPfitnpl

m.; gerecht; fig. Ie — intérieur, het geweten: — extérieur, wereldlijke rechtbank, v.

Forage, m. boring, v.; het boren; recht van den leenheer op den verkoop van wijn.

lorain, aine, a. (lat. foraneus; de foras, dehors) vreemd, van buiten, uitlandsch; marrliandises f'oraines, uitlandsche koopwaren;

Ipu — w rln f iran^a» . iAr. f« : \ 1 •

.«wiobii, — lUi» B} KeriIlIB .. . .,

jaarmarkt...., tliéAtre —, kermistheater; Ie» —s, de kermisspelers, kermisgoochelaars.

Foraminé, ée, a.(lat. foramen, trou)doorboord, met openingen of gaatjes.

Forban, m.zeeroover, zeeschuimer, vrijbuiter, r orbaiuiir, v. a. verbannen.

Forhicine, f. linnenmot, v. (insect), rorffsable, a. bedwingbaar; —cage, m. overwicht eener munt.

I'oreat, m. galeiboef; dwangarbeider; fani. travailler routine un— 7ipii niWri/ü., nrapkun

als een paard.

Foree, f. (bas lat. fortia; du lat. fort is, courageux) kracht, sterkte; macht, v.; geweld;

Sluiten