Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iinpoiii vu, » i —adv. onverhoeds, onvoor¬

ziens in» never: a l improviMte).

Imprntira||bllité, f. onuitvoerbaarheid, v.; — I»le, a. ondoenlijk, onuitvoerbaar; onbruikbaar; onvriendelijk, wonderlijk in den omgang. Imprecn||tioii, f. (lat. in, contre; precari,

nnori vlnnL> ... ' r, . '

| vciviucKiHg, verwenscning, v.;

«civiucMuu, een viock ueneizend.

Illll)ri><*iwi<kll f nnnai.u>lm.,mnkn:.l ..

, r - , •• «Hiiuunivcuilguciu, V.

luiprejlgnable, a. doortrekbaar, doorweekbiar, doordringbaar; bezwangerbaar, bevrucht-

hdnf • e L --I . '

. V . , k- * uevrucnung, oezwangering,

van ccuxg vucni mei ae nine deel tl es van ppn nnHon linl.oom . _

a. doortrokken; bezwangerd; fig. doordrongen;

». a. uuuiucuKuii, uoorweeKen: ue

zwanReren; a'—, v. pr. doortrokken worden; I Holle h iinprc'Kiir de In liqueur rolurimte,

fÜ» stnf tvul/t Kot MniimtA.1.» i"

_ MCU1YUU11 III Z1CIJ.

lllllll'OlluKlu O nnitn»...! «11. 1

,"i"*» «• wmiieiijK, onneemoaar. luipreHario, m. (pr. pré-za), m. (ital. formé de ïmuresa. entrenrisp.i imni^irin nn,iQnnnmn.,

van openbare vertooningen, voorstellingen

lmnreaerip||tibllité, f. onverjaarbaarheid, v. —tible, a. onverj aaibaar.

lllini'AHllHO n i n rxnia : x

_ ,— ... tiutuiycii ingeprent;

aion, f. (lat. impressio; de imprimere, empreindre) indruk; druk, afdruk, m.; oplage van een boek, uitgave, v.; grond der verven of

~|1' "'•> « —, UIUKIUUI, V.; r— (I uil

earliet, het ïndruksel van een zegel; droit <1 —, kopierecht; — aiomiabilité, f. vatbaarheid voor indrukken; gevoeligheid, v.; -aloiiiiable, a. vatbaar, gevoelig voor indrukken; — wionner, v. a. indruk maken, aandoen, bewegen; —HioniiiHiiie, m. impressionisme (in de schilderkunst); —aioiuiiate, a. impressionistisch: m. impressionist.

Iinpre || voyaiiee, f. gebrek aan voorzorg, onbedachtzaamheid, onvoorzichtigheid, v.; Ie» m

«Ie la jeuneaae, de onbezonnenheden der jeugd; —voyant, te, a. onberaden, onvoorzichtig, onbedacht; —vu, ue, a. onvoorzien, onverwacht, plotseling.

Impri inable, a. drukbaar, geschikt om gedrukt te worden: —mé, m. gedrukt schrift; drukwerk: — Uier. V. ft. rl.lt i m nri ™ Q,.0. Ar, iL

- v \ ... y • * w« uu 1 IX, sur,

et premere, presser) opdrukken; afdrukken, drukken; fig. inboezemen, inprenten; gronden (van schilderwerk); - Ie mouvement a uil eorpa, de beweging aan een lichaam geven: — llierie. f. hrtf>Wll'llblsimct if . "

-.7 -- UUCRUlUKKen,

finikkerii. v • *>■> .i.. j. ...« .

■•li ' *" •«■iic-uMiirr, pmuLuruKKerii, V • —iiipiii' m hAQl/ilvnl>l,A. •"

' , t ,* •• -»vnuIUMvci,uiuRKer — ineuae,

t. rii'iikmnphiii» tr . >»«.. e /.• j_ _ . *

r —— ■■•«ir, i. »in ue scnnaer

kunst) irrnnri m •

Impruha||bilite, f. onwaarschijnlijkheid, v.;

— ble. a. OnWAHrsfhiinlill/ J J ' '

Improbajjteur, m. afke'urder; a. afkeurend; —tlon, f. afkeuring, v.

lmpro[|he. a. onrechtschapen, oneerlijk; — bite, f. onrechtschapenheid, v.

Iiiiprodiirlltif, ive, a. onvruchtbaar, dat weinig oplev'ert; —tivement, adv. op onvruchtbare wijze; —tivite, f. onvruchtbaarheid, v.

Impromptu, m. geestige inval, m.; gedichtje voor de vuist; a. onvoorbereid; a T—, onvoorbereid, voor de vuist; voyage —, onverwachts opgekomen reis, v.

Improportioniiel, elle. a. onevenredig.

Improllpre, a. oneigenlijk, niet gepast, ongeschikt, onjuist; — preuieiit, adv. op eene on¬

eigenlijke wijze, ten onrechte; —prlété, f. het oneigenlijke, onjuiste (in eene uitdrukking).

Iinproiive, e, a. onbewezen (woord van J. j Rousseau).

Improiiver, v.a. (préf. im et lat. probare, approuver) afkeuren, verwerpen.

IiiiproviHsnteur, m. triee, f. onvoorbereid dichter, redenaar, improvisator; talent —, talent om te improviseeren; —aation, f. onvoorbereide rede, v.; voor de vuist voorgedragen stuk in proza of poëzie; onvoorbereide musicale voordracht, v.; —ser, v. a. (pref. im et lat. provisus, prévu) voor de vuist verzen maken of voordragen, eene rede houden; diner, bal —se, onvoorbereid, vlug georganiseerd diner, bal.

IimmiviMtp. a »'— :nlv nniw»",!Ull,

wacht.

1 lill>ril il rfpillllipil# n.ll' nriVAnminMi» n«l,n

dachtzaam; —denee. f. onvoorzichtigheid, nu.

bedachtzaamheid, v.; — dent, ente, a. onbedacht; onvoorzichtig.

impuhere, a. onhuwbaar.

lm pull dein ment. adv. od eene onbeschaamde

wijze; —denee,f. onbeschaamdheid.onbeschoftheid. V* —lil'llt *> O / ni-Af im ll>4. .....J.. .

v, «. uil CHilupUUBI B,

avnir nnhoc,<lmnmii. e

— vuwvsvuuuuiu, —«rui, 1. nuiuiniii-

teloosheid, onbeschaamdheid, v.; — dieité, f. ontucht, onkuischheid, v.; —dique, a. ontuchtig, onkuisch, oneerbaar; —diqueiiieiit, adv. opon

lucniige, onkuische wijze.

*!-|lllllllllir(IAlllp. f! riirllmm> • _<»■<» ,,

bestrijden, tegenstreven.

■HipiiiHliMaiice, i. onmacht, v.; onvermogen;

ki"ïf.htplnnchoifl uu»< <>..«« 1 .: .

—muil, llllir, il. U11I11UCI1 LIL',

onvermogend, krachteloos.

■ iii]iiiihii, ive, a. aandrijvend,voortdnivend; —(tioii, f. (lat. impulsio; de imnulsus.

poussé) stoot, m. aandrijving, v.: fig. opwekking, aansporing, v.; forfe d'—, drijfkracht, v.

llllUII II llotnotié nrltr olpafTalAn» ^r. .

, ■" "" "•» «»«T. OHOU51UUO, UIlgCftll.il ( .

— III. IP. n. niio-pefrnft ctrafTrtlnrKQ . »•

ongestraftheid, straffeloosheid, v. ' '

muiuii||r, f, a. onzuiver, onrein; lig. onkuisch; —rement, adv. op eene onzuivere, on-

ivuiacue Wijze; —reie, i. onreinheid, onzuiverheid, v.; fig. ontucht, onkuischheid, v.

Illimi II éltKIfk t halironn 4„„1 :.

••• '•uip.-v.n I.UO ICRCIIUII |W,

toerekenbaar; wat in rekening eebracht nu.et

worden; —tation, f. afrekening, aftrekking; het in rekening brengen (van eene som); beschuldiging, aantijging, v.; —ter, v. a. (lat. imputare, porter en compte) beschuldigen; toeschrijven, toerekenen, wijten; aftrek¬

ken, afschrijven; — lea intérèta uur Ie prin-

eipal, den interest van de hoofdsom aftrekken.

Iiiipulltreaeibilitê, f. onverrotbaarheid, v.: —treaeible, a. onverrotbaar, onverderfelijk.

In (préfixe) Fransch voorvoegsel van ontkennende of beroovende kracht, dat soms de beteekenis heeft van ons Nederl. on.

Inabordable, a. ontoegankelijk, waar men niet landen kan; fig. ongenaakbaar.

Inabrité, e, a. onbeschut, onbedekt voor weer of wind.

Inabaoln, e, a. niet volstrekt, betrekkelijk, voorwaardelijk.

Inaeeentiié. ée, a. zonder accent, onbetoond.

Iiiaeeeptahle, a. onaannemelijk.

IlinrPPMllMllkilil<> f .,nmii....il/Ko..P».ni.l

gankelijkheid, v.; — nible, a. ontoegankelijk,

ongenaakbaar.

Iiiaernmmmliililp a Hni niat bon ,.,Ar.iun

bijgelegd.

Sluiten