Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag, v.; elioses -grues, onhebbelijke dingen; homilie — I£IU. onbeholpen menscli; Kr lilt»',

f feil, v.: misslag, m. (in de spraakkunst); fig. ongerijmdheid, onhebbelijkheid, onbetamelijkheid, v.; -grilmeii». adv. tegen de regels deispraakkunst, ontaalkundig; onhebbelijk, on-

"'hieonnu, «e, a. onbekend.

InroiiHrlenlIce, f. onbewustheid, v.; -t, e, a. onbewust. , . .

InconaéHquemmeiit, adv. op eene zich tegensprekende wijze; — quenee, f. stnjdik¬

heid mei eiK«» ucsiipc.cu, ^ ■

v - onberaden, lichtzinnige handeling, v.; —queiH, eiite (pr. kan), a. zich tegensprekend, tegenstrijdig, onlogisch; lichtzinnig.

<7 ' f. trarr-a vfin n:in/ipn. Van

lii(,uiiNiiirnrn,IUM* i. ..... , -

hoogachting; onberadenheid, onbedachtzaam heul,

v. Lré, êe, a. onbedachtzaam; -rement, adv. onbedachtzaam, op onbezonnen wijze.

luroiiHiH || tanee, f. onvastheid, v.; onbestendigheid, v.; —tant, e, a. onvast, onbestendig.

ïiieoiiMoln||ble, a. ontroostbaar; — blement, adv. ontroostbaar, zonder troost.

I neon sol é. e, a. ongetroost.

liiconNoni || mable, a, onverbruikbaar, niet te eten of te drinken, ongenietbaar; —me, a.

onvoltooid, onvoiKomen.

lncon|| stam ment, adv. onstandvastig, onbestendig; —stauce, f. onstandvastigheid, v.; —htant, ante, a. onstandvastig, onbestendig, veranderlijk, wispelturig.

Inronstittiê, e, a. zonder regel. ......

InconMtitiitioii ||nalite, f. ongrondwettigheid, v. —nel elle, a. ongrondwettig, inconstitutioneel; -nellement, adv. op ongrondwettige

lm-onteHtaJbilité, f. onbetwistbaarheid, y.; -ble a. onbetwistbaar, onwedersprekelijk; — blement. adv. buiten tegenspraak, op onbetwistbare wijze, ontegenzeggelijk.

IIH'OtlieMie, r«\ u. • w maïiff

liuonuiineiniiiriii, ouv. u..™.»-..,

zonder onthouding; —nenee, f. onmatigheid, ongeregeldheid, onkuischheid, v.; -nenee «Ie « hftbbfilachtia:heid, v.:

—nent, nente,a. onmatig, ongeregeld, onkuisch

—neiif, auv. auucnjK, vcibwuu.

lncontillmi, e, a. afgebroken; —nuite, 1.

afgebroken verband.

UlCOIIiriT, lie, a. Uliuucivaaiuih;

Inconve||nable, a. onbetamelijk, ongepast, —nanee, f. onvoegzaamheid, onbehoorlijkheid, v.; — naitt, ante, a. onvoegzaam, onbehoor-

J_' . . .... / 'ff : _ lot nr> nVP.

liiconveiiienv, m. tprcu iu ci niens, qui convient) onaannemelijkheid, zwarigheid, v.; hinderpaal, m.; nadeelig gevolg; ie ne vol» ancun — ï» eela, ik zie

, . . . i- • „ „..iMmiil' «'mum rpn-

nienn mei ae nuustc

contrerez bien <le» —gij zult vele hinderpalen ontmoeten. ,

lncoiiver||tihle, a. onbekeerbaar; onveranderbaar, onverwisselbaar; niet converteerbaar;

—liHHanie. a. onoeKeeruuui, ««"«.u-v.......

Incorpo ralité, f. onstoffelijkheid, onlichamelijkheid, v.; -ration, f. vereeniging, opname, inlijving, incorporatie, v.; —rel, elle, a. onlichamelijk, onstoffelijk; —rer, v. a. (lat. incorporare; de in, dans, et corpus, corp o r i s, corps) inlijven, vereenigen, incorporeeren; h'— avee qrli., zich met iets tot een geheel vereenigen; fig. zich innig met iets vereenigen.

incoriireci, ene ipr. »».

keuriff, gebrekkig; — recteinent, adv. onnauw-

• ?. ° Ai e r. ...... i n>b i.n i'i irlifi 11 S Ol*-

Keung; -rrruwu, i. ,

disheid, v.

]iirorri(ti||bili(c, f. onverbeterlijkheid, v.; —ble. a. onverbeterlijk; —bleiiient, adv. op onverbeterlijke wijze.

Incorronipii, ue, a. onbedorven.

lneorruplltibilité f. onbederfelijkheid, v.; fig. onomkoopbaarheid, v.; —tible, a. onbederfelijk; fig. onomkoopbaar; — tion, f. onbederfelijkheid, onbedorvenheid, v.

Inerasll Mailt, ante, a. verdikkend (van bloed en vochten); —ser, v. a. verdikken (bloed enz.).

■ :. i.I!L2Iü;. f nnrrolrtrkfli'virhpill- onffeluO-

uirir uiuiiik-, »• uub""""1'» —i .

felijkheid, v.; —dille. a. ongeloovig; — Uulilr, f. ongeloof; ongeloovigheid, v.

Inrréé. ér, a. ongeschapen.

Iiirriiiiillnakie, a. als misdaad aan te rekenen, vervolgbaar; —imtion, f. beschuldiging, aanklacht, v.; —né, ée, m. et f. aangeklaagde; —lier, v. a. (lat. in, dans; crimen, crime) van misdaad beschuldigen; te laste leggen.

Iiicroyn ble. a. ongeloofelijk; -lilemeii», adv. op'eene ongeloofelijke wijze; —lil, m. e, f. ongeloovige.

ini rilN IHIM. illltf, a.viiiivuio^hv. , — ,

f. overtrekking of belegging met een korst van steen, kalk of gips; omkorsting, v.; ingelegd werk, mozaïek; kalkachtige rand, die zich aan

iets vasmecni, iu., — ucn « , 1

ketelsteen, aanzetsel aan de binnenwanden der stoomketels; -té, m. bestrijking met kalk ot

gips, v.; — ter, v. a. <,uu. m, u u »«.«»,

met platen van marmer enz. beleggen, ïncrusteeren; met kalk of gips beleggen; met sfera-

v.„ï.i i. u' \r ni' inrrfdftcrd

den omgeven, ucmccucii, o—, ». f*. —o—geworden; zich omkorsten; ergens in vastgroeien, incrusteeren. . . - . .

Iiicii oaieur, m. orueiuvun, — *• •

inr.nbatio: de in, sur; cubare, ètre couclie)

het broeden; four cl*—, broeioven, m. (voor

eieren); —. lig. veroorgenoniwiKKeimg,

ziekte); — be, m. nachtduivel; nachtmerrie, v.;

— oer, v. a. uhuiucuou. >

llieiil pabillte, i. Descnuiuig.maiu®.-, — nakie. a. onstralTelijk; ook: beschuldigbaar, —palion, f. beschuldiging, v.; —pe, e. a. beschuldigd, aangeklaagd; -per, v. a. (lat. in, dans; culpn, faute) beschuldigen, te laste leciren. .

Iiiciilqiier, v. a. (lat. in, sur; cal care, fouler aux pieds) inscherpen, inprenten.

lncnlllte, a. onbebouwd; fig. onbeschaafd, ruw —ture, f. woestheid, v.; onbebouwde toestand, m.; lig. ruwheid, onbeschaafdheid, v.

Inrunahle, a. (lat. incunabulum, berceau) uit den vroegsten tijd der boekdrukkunst; m. uitgave uit den vroegsten tijd der boekdrukkunst.

Incura||bilité, f. ongeneeslijkheid, v.; -ble, a. ongeneeslijk; Ie» —bleu, m. pl. gesticht voor ongeneeslijke zieken; — blement, adv. op

onf.enee.l'jjk? riS- >„ pnra. soin) zor¬

geloosheid, onachtzaamheid, v. ..... IlieurloHile, f. gebrek aan leergierigheid. InrurHion, f. (lat. incursio; de in, dans; currere, courir) vijandelijke inval, stroop-

tocht, m. , At — * u..:

IneurRvable, a. buigbaar; — vation, f. buiging, kromming, v.; —ver, v. a. binnenwaarts krommen. , , . .

Iiieuse, a. (médaille) -, f. gedenkpenning,

Sluiten